PROTOTYPE · werkende ontwerp-blauwdruk voor Netvliesoperatie.Info — alle teksten en pagina's klaar voor implementatie in Wix

Home

Uw netvlies in vertrouwde handen.

Vitrectomie onder de microscoop.

In cijfers

95% Netvlies aanligt na de eerste operatie
95% Maculagat sluit na de eerste operatie
40+ Peer-reviewed publicaties
20+ Jaar vitreoretinale chirurgie

Operatieve cijfers uit de Retina OC-database; gemeten op één maand na de ingreep. Resultaat hangt mede af van de uitgangssituatie, zoals de uitgebreidheid van de netvliesloslating of de grootte van het maculagat.

Welkom

Eerlijk over wat een operatie wel en niet kan.

Op deze website vindt u toegankelijke uitleg over de meest voorkomende netvliesaandoeningen, over wat een netvliesoperatie inhoudt en wat u vóór en na de ingreep kunt verwachten.

De informatie is zo geschreven dat u zich op uw spreekuur of operatie goed kunt voorbereiden — zonder medisch jargon waar dat niet nodig is, maar wel volledig en open over wat een operatie wel en niet kan bereiken.

Over dr. Van Overdam

Onderscheidende focus

De eerste operatie is het belangrijkste moment.

Bij ongeveer één op de tien patiënten met een netvliesloslating komt het netvlies opnieuw los — meestal door littekenvorming op het netvlies (PVR). Een tweede operatie is technisch zwaarder en het zichtherstel daarna is gemiddeld minder goed.

Voorkómen is daarom belangrijker dan herstellen. In ons werk besteden we extra aandacht aan twee zaken: zo volledig mogelijk verwijderen van het glasvocht, inclusief de cortexlaag die soms achterblijft op het netvlies, en het herkennen en behandelen van vlokken en restanten die het risico op littekenvorming verhogen.

Over PVR-preventie

Home  /  Aandoeningen

Netvlies­aandoeningen.

Een overzicht van de meest voorkomende aandoeningen van het netvlies en glasvocht waar wij dagelijks mee werken — met heldere uitleg over symptomen, oorzaken en behandelopties.

Home  /  Aandoeningen  /  Achterste glasvochtloslating

Achterste glasvocht­loslating.

Een natuurlijk verouderingsproces waarbij het glasvocht loskomt van het netvlies. Meestal volledig onschuldig — maar bij ongeveer een op de zes mensen leidt het tot een scheurtje, en daarom is een controle altijd zinvol.

Klinisch beeld · achterste glasvochtloslating B-scan-echografie of OCT van een achterste glasvochtloslating, eventueel met zichtbare Weiss-ring of een netvliesscheur.
B-scan-echografie van een acute achterste glasvochtloslating — het glasvochtmembraan heeft losgelaten van de papil. Echografie · uit klinisch archief

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Bij een achterste glasvochtloslating maakt het glasvocht zich los van het netvlies. Op zichzelf is dat een normaal verouderingsverschijnsel, maar in een klein deel van de gevallen ontstaat tijdens dit proces een scheurtje of loslating van het netvlies.

Met het ouder worden klontert en krimpt het glasvocht. In de meeste gevallen trekt het zich geleidelijk los en geeft dat hooguit wat lichtflitsen of nieuwe vlokken in het beeld. Bij ongeveer één op de zes patiënten ontstaat tijdens dit proces echter een scheurtje, doordat het glasvocht plaatselijk te stevig aan het netvlies vastzit en eraan trekt op het moment dat het zich terugtrekt.

Een achterste glasvochtloslating is een leeftijdsgebonden proces dat in beide ogen gebeurt. Wanneer het één oog overkomt, volgt het andere oog meestal binnen enkele jaren — bij ongeveer 90% binnen drie jaar. Dat is op zichzelf geen reden voor zorg, maar wel om bij nieuwe klachten aan het tweede oog opnieuw alert te zijn op de signalen.

Welke klachten geeft het?

  • Plotseling nieuwe floaters: vlokken, draden of "spinrag" die met de oogbewegingen meedrijven
  • Lichtflitsen aan de zijkant van het zicht, vooral in een donkere omgeving
  • Soms een grotere "ring" of "gat" in het zicht (de Weiss-ring)

Deze klachten zijn op zichzelf onschuldig en nemen meestal in de weken erna geleidelijk af. Het glasvocht wordt niet weer aangehecht, maar het zenuwstelsel went aan de aanwezigheid van de schaduwen, waardoor ze minder opvallen.

Wanneer wordt het iets om je zorgen om te maken?

Op het moment dat het glasvocht loskomt, kan het ook trekken aan kwetsbare plekken van het netvlies en daar een scheurtje veroorzaken. Bij ongeveer één op de zes patiënten met een AGL gebeurt dit ook daadwerkelijk. Een onbehandeld scheurtje kan zich ontwikkelen tot een netvliesloslating — daarom is een eenmalige controle binnen enkele dagen na de eerste klachten standaard.

Alarmsignalen die acute zorg vragen:

  • Plotseling véél meer floaters in een groot aantal
  • Aanhoudende lichtflitsen die niet verdwijnen
  • Een schaduw of "gordijn" dat van buiten naar binnen het zicht binnentrekt
  • Plotse afname van scherp zien

Onderzoek en behandeling

Bij de oogarts wordt na pupilverwijdende druppels het netvlies in zijn geheel onderzocht, om eventuele scheurtjes uit te sluiten. Wanneer er een scheurtje wordt gevonden zonder loslating, kan dit vaak poliklinisch met een laser worden gehecht — een korte ingreep van enkele minuten, die de kans op een latere loslating sterk verkleint. Bij een scheurtje met al zichtbare loslating volgt een operatie.

Wel of niet behandelen?

Een achterste glasvochtloslating zelf wordt niet behandeld — het is een natuurlijk verouderingsproces dat vanzelf verloopt. Maar omdat ongeveer één op de zes patiënten in dit proces een netvliesscheurtje ontwikkelt, is een goede oogcontrole bij het ontstaan van klachten essentieel. Wordt een scheurtje gevonden, dan behandelen we dat preventief met laser. Lukt dat niet, of is er al een netvliesloslating ontstaan, dan volgt een operatie. Blijft u na de glasvochtloslating last houden van vlokken, dan kan in een aparte afweging een glasvochtoperatie worden overwogen — daarover leest u meer onder glasvochttroebelingen.

Resultaten uit de literatuur

Een acute achterste glasvochtloslating leidt zelden direct tot blijvende schade. In de literatuur wordt bij ongeveer 14 tot 18% van patiënten met een symptomatische AGL bij het eerste onderzoek een netvliesscheur gevonden. Bij een negatief eerste onderzoek ontwikkelt zich in de weken daarna bij ongeveer 3 tot 4% alsnog een scheur — reden voor herevaluatie zodra nieuwe symptomen optreden. De meeste mensen wennen geleidelijk aan resterende vlokjes; het brein leert deze grotendeels weg te filteren.

Cijfers afkomstig uit systematische reviews van Hollands et al. (JAMA 2009) en de AAO Preferred Practice Pattern.

Plotseling nieuwe floaters of lichtflitsen?

Een eenmalige oogheelkundige controle binnen enkele dagen is verstandig — niet om bezorgd te zijn, maar om er zeker van te zijn dat het netvlies intact is.

Home  /  Aandoeningen  /  Netvliesscheurtje

Netvlies­scheurtje.

Een klein scheurtje in het netvlies kan onschuldig blijven of de eerste stap zijn naar een netvliesloslating. Daarom is snelle herkenning belangrijk — vaak volstaat een laserbehandeling van enkele minuten om die ontwikkeling te voorkomen.

Klinisch beeld · netvliesscheurtje Fundusfoto van een hoefijzervormig netvliesscheurtje, geanonimiseerd. Bij voorkeur preoperatief beeld waarop de scheur en omgeving zichtbaar zijn.
Een hoefijzervormig scheurtje in de periferie van het netvlies — klassiek beeld na een achterste glasvochtloslating. Fundusfoto · uit klinisch archief
Spoed. Bij plotse lichtflitsen, een opvallende toename van vlokjes (floaters) of een schaduw in het zicht: dezelfde dag naar de oogarts.

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Bij een netvliesscheurtje ontstaat een opening in de lichtgevoelige laag van het netvlies. Door dat scheurtje kan vocht onder het netvlies komen, wat tot een netvliesloslating kan leiden — een serieuze oogaandoening waarbij snel ingrijpen nodig is.

De meest voorkomende oorzaak is een achterste glasvochtloslating. Wanneer het glasvocht zich terugtrekt, trekt het soms te krachtig aan een plek waar het sterk aan het netvlies vastzit, waardoor het netvlies inscheurt. Andere oorzaken zijn een trauma aan het oog of een hoge bijziendheid, waarbij de oogbol langer is en het netvlies dunner en kwetsbaarder.

Welke klachten geeft het?

De klachten lijken op die van een achterste glasvochtloslating en zijn niet altijd te onderscheiden:

  • Plotseling meer of nieuwe vlokjes (floaters) in het gezichtsveld
  • Lichtflitsen, vaak aan de zijkant van het zicht
  • Soms een opvallende donkere vlek of waas

Niet elk scheurtje geeft klachten. Sommige zijn klein of perifeer en worden bij toeval ontdekt tijdens een oogonderzoek — bijvoorbeeld bij een controle wegens hoge myopie.

Dit onderscheid is klinisch van belang: een symptomatisch scheurtje (met acute klachten van flitsen of nieuwe vlokken) heeft een aanzienlijk hoger risico op progressie naar een netvliesloslating dan een asymptomatisch scheurtje dat bij toeval is gevonden. De afweging om wel of niet te behandelen wordt daarop afgestemd.

Waarom is snelle behandeling belangrijk?

Een scheurtje op zich is niet acuut bedreigend voor het zicht. Het wordt dat wel als oogvocht door het scheurtje onder het netvlies komt: dan ontstaat een netvliesloslating, en dat is wel een spoedaandoening. Door een scheurtje preventief vast te zetten, voorkomen we die ontwikkeling in de overgrote meerderheid van de gevallen.

De laserbehandeling

De behandeling is poliklinisch en duurt 10 tot 20 minuten. Eerst wordt de pupil met druppels verwijd en wordt het oog met druppels verdoofd. Vervolgens plaatst de arts een glazen lensje tegen het oog en richt via dat lensje laserstralen rondom het scheurtje — u ervaart de laser als lichtflitsen. Op de plekken van de laser ontstaat een micro-litteken dat het netvlies aan de onderliggende lagen fixeert.

De behandeling kan gevoelig zijn. Wanneer meer pijn wordt verwacht — bijvoorbeeld kort na een eerdere netvliesoperatie — krijgt u in plaats van enkele druppels een klein verdovingsprikje naast het oog. Bij scheurtjes die te uitgebreid of moeilijk bereikbaar zijn voor laser, kiezen we soms voor cryocoagulatie (bevriezing) of, zeldzaam, voor een operatie.

Na de behandeling

Door het felle laserlicht en de wijde pupil ziet u direct na de behandeling enige tijd minder scherp. Diepte en afstanden zijn moeilijk in te schatten — kom dus niet zelf met de auto. Een begeleider of taxi voor de terugreis is verstandig.

In de uren na de behandeling kunt u kortdurend hoofdpijn of irritatie hebben. De eerste week vermijdt u zwaar tillen of zware inspanning, en u beschermt het oog tegen stoten en wrijven. Doorgaans volgt na enkele weken een controleafspraak om te beoordelen of het litteken zich goed heeft gevormd.

Wanneer komt u bij ons terecht?

De meeste netvliesscheurtjes worden door uw eigen oogarts behandeld — laserbehandeling is in de algemene oogheelkunde een gangbare ingreep. Wij komen pas in beeld bij meer complexe situaties: een scheur die al deels tot een netvliesloslating heeft geleid, scheurtjes die met laser niet veilig bereikbaar zijn, of gevallen waarbij een glasvochtbloeding het zicht op het netvlies blokkeert.

Resultaten uit de literatuur

Tijdige behandeling van een symptomatische netvliesscheur met laser of cryotherapie voorkomt progressie naar een netvliesloslating in ongeveer 95% van gevallen. Onbehandeld treedt progressie op bij naar schatting 30 tot 50% van symptomatische scheuren — afhankelijk van locatie, grootte en bijkomende risicofactoren zoals lattice-degeneratie of myopie. De behandeling zelf duurt enkele minuten, gebeurt poliklinisch onder lokale verdoving en kent een laag complicatieprofiel.

Cijfers conform de AAO Preferred Practice Pattern voor posterieure vitreoretinale aandoeningen.

Vermoedt u een scheurtje?

Bij plotse lichtflitsen, een opvallende toename van vlokjes of een schaduw in het zicht: neem dezelfde dag contact op met uw oogarts of de spoedeisende hulp. Voor twijfelgevallen of een tweede mening: contact opnemen

Home  /  Aandoeningen  /  Netvliesloslating

Netvlies­loslating.

Een netvliesloslating is een spoedaandoening: het netvlies komt los van de onderliggende oogwand. Zonder snelle behandeling kan een deel van het zicht blijvend verloren gaan. Snelle herkenning en operatie maken in de meeste gevallen goed herstel mogelijk.

Klinisch beeld · netvliesloslating OCT-scan of fundusfoto van een netvliesloslating, geanonimiseerd. Bij voorkeur preoperatief beeld dat de aandoening visueel begrijpelijk maakt voor de leek.
OCT-scan van een macula-on netvliesloslating — de fovea is nog intact, een teken dat snelle behandeling het centrale zicht kan sparen. OCT · uit klinisch archief
Spoed. Bij een schaduw of "gordijn" in het zicht: dezelfde dag naar de oogarts of de Spoedeisende Hulp.

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Bij een netvliesloslating raakt het netvlies plaatselijk los van de oogwand erachter. Vocht uit het glasvocht komt onder de los geraakte laag terecht, waardoor de loslating zich uitbreidt en het zicht in dat deel van het oog uitvalt. Dit is een spoedaandoening.

Vrijwel altijd begint een loslating met een klein scheurtje in het netvlies — vaak veroorzaakt door een achterste glasvochtloslating. Hoe sneller een loslating wordt herkend en geopereerd, des te groter de kans op volledig zichtherstel. Vooral wanneer het centrum van het netvlies (de macula) nog niet is losgekomen, geldt: dezelfde dag of binnen 24 uur naar de oogarts.

Welke klachten geeft het?

Typische signalen zijn:

  • Plotseling véél nieuwe "vlokjes" of "vliegjes" (floaters)
  • Lichtflitsen, vaak aan één kant van het gezichtsveld
  • Een schaduw of "gordijn" dat van buiten naar binnen het zicht binnentrekt
  • Plotse afname van scherp zien

Bij deze klachten geldt: dezelfde dag (of binnen 24 uur) naar de oogarts. Hoe sneller een loslating wordt behandeld, des te groter de kans op volledig zichtherstel — vooral als de gele vlek (macula) nog niet betrokken is.

Hoe wordt het behandeld?

Een netvliesloslating kan alleen operatief worden hersteld. Welke techniek het beste past, hangt af van de plek en uitgebreidheid van de loslating, het soort scheurtje en eerdere oogoperaties. De drie meest gebruikte technieken zijn:

  • Glasvochtoperatie (vitrectomie) — het glasvocht wordt verwijderd, het netvlies teruggelegd en gefixeerd met laser of cryocoagulatie. Het oog wordt gevuld met gas of olie als interne tampon.
  • Cerclage of plombe — een siliconen bandje of buffer rond of op de oogwand drukt het oog iets in, waardoor het scheurtje sluit.
  • Pneumatische retinopexie — bij geselecteerde, kleinere loslatingen wordt poliklinisch een gasbel ingebracht.

Wat kunt u na de operatie verwachten?

De eerste dagen ziet u wazig en kan het oog gevoelig zijn. Bij gas- of olievulling krijgt u een houdingsadvies — soms een week lang met het hoofd in een specifieke positie, ook 's nachts — om de tampon op de juiste plek tegen het netvlies te houden. Volledig herstel van het zicht kan maanden duren; in sommige gevallen blijft een deel van het verlies bestaan, vooral als de gele vlek bij de loslating betrokken was.

Kans op een tweede operatie

In de internationale literatuur ligt het netvlies bij ongeveer 90% van de patiënten na de eerste operatie weer goed vast. De belangrijkste oorzaak van terugkeer is littekenvorming op het netvlies (PVR). Het verminderen van die kans is een speerpunt in mijn werk — de operatietechniek wordt zo gekozen dat zoveel mogelijk glasvocht wordt verwijderd, omdat resten een bekende risicofactor zijn voor littekenvorming.

Vermoedt u een netvliesloslating?

Neem direct contact op met uw oogarts of de Spoedeisende Hulp. Voor planbare zorg of een second opinion: contact opnemen

Resultaten uit onze praktijk

Bij een netvliesloslating waarbij de macula nog aanligt, ligt de gezichtsscherpte na een maand gemiddeld op 0,5; bij 60% van de patiënten staat die op dat moment al op 0,5 of hoger, en bij 20% al op 0,8 of meer. De gemiddelde recidiefkans is 3% en het risico op PVR ongeveer 1%. Vrijwel alle patiënten bereiken uiteindelijk een liggend netvlies — het zicht blijft in de loop van maanden tot jaren verder verbeteren.

Operatieve cijfers uit de Retina OC-database; gemeten op één maand na de ingreep. Resultaat hangt mede af van de uitgangssituatie, zoals de uitgebreidheid van de netvliesloslating of de grootte van het maculagat.

Home  /  Aandoeningen  /  Maculagat

Maculagat.

Een maculagat is een klein gaatje in de gele vlek — het centrum van het netvlies dat zorgt voor scherp zien. Het ontstaat doordat het glasvocht aan dit gevoelige punt trekt en is goed te behandelen met een operatie.

Klinisch beeld · maculagat OCT-scan van een full-thickness maculagat, idealiter naast een postoperatief vervolgbeeld dat het sluiten ervan toont.
OCT-scan van een full-thickness maculagat — een doorbreking van alle netvlieslagen ter plaatse van de fovea. OCT · uit klinisch archief

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Bij een maculagat ontstaat in het centrum van de macula een opening dwars door alle netvlieslagen. Het scherpe centrale zicht wordt daardoor vervormd of valt grotendeels weg, terwijl het zicht aan de rand van het beeld normaal blijft.

De oorzaak ligt vrijwel altijd in trekkracht van het glasvocht op de macula. Bij het ouder worden trekt het glasvocht zich geleidelijk terug uit de oogholte; bij sommige patiënten gebeurt dat niet in één beweging, maar blijft het glasvocht plaatselijk vastzitten op de macula. De aanhoudende trek vormt eerst kleine veranderingen in de structuur en uiteindelijk een volledig maculagat.

Welke klachten geeft het?

Het zicht in het centrum van het beeld wordt vervormd of valt geheel weg, terwijl het zicht aan de randen normaal blijft. Veel patiënten merken het pas duidelijk op door één oog dicht te doen — de hersenen vullen ontbrekende informatie van het ene oog vaak op met dat van het andere. Klassieke signalen zijn:

  • Een vervormde plek in het centrum (rechte lijnen lijken golvend)
  • Een grijze of lege plek midden in het zicht
  • Verminderde gezichtsscherpte ondanks goede bril

Hoe wordt het vastgesteld?

De diagnose is meestal direct duidelijk met een OCT-scan, een snelle, pijnloze meting die een dwarsdoorsnede van het netvlies toont. Daarop is het maculagat letterlijk zichtbaar als een onderbreking in de netvlieslagen, en kan ook de grootte ervan worden gemeten — een belangrijke voorspeller voor de operatieuitkomst.

Hoe wordt het behandeld?

De standaardbehandeling is een vitrectomie waarbij het glasvocht wordt verwijderd, een fijn membraan rond de macula (het binnenste membraan, of ILM) wordt afgepeld om eventuele tractie weg te nemen, en het oog wordt gevuld met een gasbel. De gasbel oefent in de eerste dagen een lichte druk uit op de macula, waardoor het gat zich kan sluiten.

Het houdingsadvies na deze operatie is meestal 24 tot 72 uur in de zogenaamde "face-down"-positie. Dat is intensief, maar relatief kort. Meer over houdingsadvies

Wat zijn de resultaten?

Bij ongeveer 90 tot 95% van de patiënten sluit het maculagat na de eerste operatie. Het zichtherstel daarna verloopt geleidelijk en kan tot een jaar duren. Hoe groter het gat en hoe langer het al bestaat, hoe minder voorspelbaar het uiteindelijke zichtherstel — wat het belangrijk maakt om bij vermoeden niet te lang te wachten met een verwijzing.

Vermoedt u een maculagat?

Vraag uw oogarts om een OCT-scan en eventueel verwijzing voor consult. Contact opnemen

Wel of niet opereren?

Een maculagat zal vrijwel zelden vanzelf sluiten — opereren is in de meeste gevallen aangewezen om verder visusverlies te voorkomen. De timing is wel een keuze. Bij een gezichtsscherpte van 0,4 of hoger telt het pre­operatieve niveau mee voor het eindresultaat: hoe sneller, hoe beter het resterende zicht. Bij een asymptomatisch, bij toeval ontdekt gat met goede visus kan operatie zorgen voor een nuttig reserveoog. Een gat dat al langer dan een jaar bestaat geeft minder visusherstel, maar wel afname van vervorming. We helpen u bij deze afweging.

Resultaten uit onze praktijk

Een niet te oud maculagat sluit na operatie vrijwel altijd, mits er geen sprake is van een zeer hoge myopie. De gezichtsscherpte verdubbelt gemiddeld ten opzichte van het preoperatieve niveau, al is de spreiding groot. In de loop van maanden tot jaren neemt de visus meestal verder toe. Het risico op een netvliesloslating na deze operatie is laag — ongeveer 0,3%.

Operatieve cijfers uit de Retina OC-database; gemeten op één maand na de ingreep. Resultaat hangt mede af van de uitgangssituatie, zoals de uitgebreidheid van de netvliesloslating of de grootte van het maculagat.

Home  /  Aandoeningen  /  Macula pucker

Macula pucker.

Een dun cellaagje dat zich op de gele vlek vormt en het netvlies licht kan rimpelen. Niet altijd te opereren, soms juist wel — de afweging is een kwestie van klachten versus operatierisico.

Klinisch beeld · macula pucker OCT-scan van een epiretinaal membraan ('pucker') waar de netvlieslagen zichtbaar geplooid zijn.
OCT-doorsnede van een macula pucker — een glasachtige membraan over de fovea trekt het netvlies in plooien. OCT · uit klinisch archief

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Bij een macula pucker — ook wel epiretinaal membraan genoemd — vormt zich een dun, transparant vliesje vóór de macula. Dit vliesje trekt aan het netvlies en kreukelt het, met vervormd of wazig zien als gevolg.

Het vliesje ontstaat doordat een klein aantal cellen op het oppervlak van het netvlies actief wordt en uitgroeit tot een dunne laag. Dit gebeurt vaak na een achterste glasvochtloslating, maar kan ook spontaan ontstaan, na een netvliesoperatie of bij chronische oogontstekingen. Eenmaal aanwezig, krimpt het vliesje langzaam en oefent zo trekkracht uit op de onderliggende macula.

Welke klachten geeft het?

  • Vervormd of golvend zien in het centrum (rechte lijnen lijken krom)
  • Wazig zien dat niet beter wordt met een bril
  • Soms een groter of kleiner waargenomen beeld in het aangedane oog

Bij milde gevallen blijft het zicht vrijwel normaal en is operatie niet nodig. Bij toenemende klachten kan een operatie de vervorming verminderen.

Wel of niet opereren?

Dit is een belangrijke afweging die per patiënt verschilt. Argumenten voor operatie zijn aanhoudende klachten die het dagelijks functioneren belemmeren, en aanwijzingen op de OCT dat het membraan progressief verandert. Argumenten tegen zijn een nog goede gezichtsscherpte, beperkte klachten en het feit dat een vitrectomie altijd een — beperkt — operatierisico met zich meebrengt.

Ook na een geslaagde operatie blijft een deel van de vervorming meestal bestaan. De operatie is daarmee vooral gericht op stabiliseren en gedeeltelijk verbeteren, niet op volledig herstel.

Hoe wordt het behandeld?

De ingreep is een vitrectomie waarbij het glasvocht wordt verwijderd en het membraan met een microscopische pincet voorzichtig wordt afgepeld. Vaak wordt ook het binnenste membraan van het netvlies (ILM) verwijderd, om de kans op terugkeer te verkleinen.

Wat kunt u verwachten?

Het herstel verloopt geleidelijk over weken tot maanden. De vervorming wordt meestal duidelijk minder, maar verdwijnt zelden volledig. Na een vitrectomie ontstaat in de loop van enkele jaren bijna altijd staar; soms wordt deze gelijk in dezelfde sessie meeoperereerd.

Aanhoudende klachten van vervormd zien?

Een OCT-scan geeft snel uitsluitsel. Een gerichte verwijzing voor operatieadvies is mogelijk. Contact opnemen

Resultaten uit onze praktijk

Bij patiënten met een preoperatieve gezichtsscherpte van 0,4 of lager verdubbelt de visus gemiddeld; bij een hogere uitgangswaarde is de winst in scherpte kleiner. Belangrijker is vaak het afnemen van de beeldvervorming — daarmee verbetert ook de samenwerking tussen beide ogen. Het risico op een netvliesloslating na de operatie is ongeveer 0,3%.

Operatieve cijfers uit de Retina OC-database; gemeten op één maand na de ingreep. Resultaat hangt mede af van de uitgangssituatie, zoals de uitgebreidheid van de netvliesloslating of de grootte van het maculagat.

Home  /  Aandoeningen  /  Glasvochttroebelingen

Glasvocht­roebelingen.

Vlokken, draadjes en wolkjes die met u meebewegen wanneer u uw blik verlegt. Meestal onschuldig — maar soms hardnekkig genoeg om er chirurgisch iets aan te overwegen.

Klinisch beeld · glasvochttroebelingen B-scan-echografie of OCT die de drijvende structuren in het glasvocht zichtbaar maakt — eventueel een asteroid hyalosis-patroon of dichte deeltjes voor de macula.
Echografisch beeld van een oog met opvallende glasvochttroebelingen — de typische schaduwen die patiënten als 'mugjes' of 'draadjes' beschrijven, hier zichtbaar als reflecties in het glasvocht. Echografie · uit klinisch archief

Het glasvocht is de heldere geleimassa die de binnenkant van het oog vult. Op jonge leeftijd is het volkomen doorzichtig. Met de jaren — en bij sommige aandoeningen ook plotseling — verschijnen er kleine eiwitstrengen, condensaten en celresten in het glasvocht. Deze drijvende deeltjes werpen schaduwen op het netvlies. Wat u dan ziet is geen vlek óp uw oog, maar de schaduw van iets dat met uw oogbewegingen meedrijft.

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Glasvochttroebelingen — vaak 'mouches volantes' of vliegende vliegjes genoemd — zijn schaduwen die u in uw zicht ziet bewegen. Ze worden veroorzaakt door dichte plekken in het overigens heldere glasvocht.

Iedereen heeft ze in meer of mindere mate. Met het ouder worden klontert het glasvocht plaatselijk samen, en die klontjes werpen schaduwen op het netvlies. Meestal zijn troebelingen onschuldig en went het oog er na verloop van weken tot maanden aan. Een plotselinge toename of grote zwerm vlokken kan echter een teken zijn van een achterste glasvochtloslating of een netvliesscheurtje en verdient dezelfde dag onderzoek.

Wat u ziet, en waarom.

Patiënten beschrijven het op heel verschillende manieren: mugjes, draadjes, een spinneweb, een wolkje, een vlieg, een haar voor de lens. Allemaal correct. Het glasvocht bevat structuren in alle vormen, en wat u ziet hangt af van wáár in het oog de roebeling zit en hoe het licht erop valt. Roebelingen die dichter bij het netvlies liggen zijn scherper te zien; wat verder naar voren drijft, blijft vager.

Meestal: onschuldig, en het wordt vanzelf beter.

Bij verreweg de meeste mensen zijn glasvochttroebelingen op zichzelf geen probleem. Twee dingen helpen mee.

Allereerst zakken de roebelingen na verloop van weken tot maanden vaak naar onderen weg, buiten het centrale gezichtsveld. Het glasvocht wordt geleidelijk vloeibaarder en de deeltjes verspreiden zich.

Ten tweede — en dit is het belangrijkste — leert uw brein de schaduwen weg te filteren. Dat heet neuroadaptatie. U merkt ze nog tegen een witte achtergrond of bij fel licht, maar in de dagelijkse waarneming verdwijnen ze naar de achtergrond. De meerderheid van de mensen die zich aanvankelijk zorgen maakten om floaters, kan zich een jaar later nauwelijks meer herinneren waarom.

Wanneer is het wél een alarmsignaal?

Plotseling nieuwe floaters — zeker als ze gepaard gaan met lichtflitsen of een gordijn dat van opzij in uw zicht zakt — vragen om een spoedonderzoek diezelfde dag. Dat zijn de tekenen van een achterste glasvochtloslating, en in een minderheid van de gevallen van een netvliesscheur of beginnende loslating.

De pagina die u nu leest gaat over iets anders: glasvochttroebelingen die er al langer zijn, stabiel zijn gebleven, en niet meer met klachten van een dreigende loslating gepaard gaan — maar wél hinderlijk zijn in het dagelijks leven.

Wanneer kan een operatie worden overwogen?

Bij een klein deel van de patiënten verdwijnen de roebelingen niet op de achtergrond, en blijven ze het lezen, het werken op een scherm of het autorijden hinderen. Dat is niet hetzelfde als "ik zie ze nog wel eens". Het gaat om mensen die er functioneel last van hebben — die hun beroep niet goed meer kunnen uitoefenen, of die er meerdere keren per dag actief door worden afgeleid.

In die gevallen kan een vitrectomie worden overwogen: een chirurgische ingreep waarbij het glasvocht — en daarmee de roebelingen — uit het oog wordt verwijderd. In de internationale literatuur wordt dit een floater-only vitrectomy (FOV) genoemd. Voor de juiste patiënt zijn de resultaten overtuigend: vrijwel alle roebelingen verdwijnen.

Maar — een vitrectomie voor floaters is niet vrijblijvend.

Een vitrectomie is een veilige operatie, maar elke ingreep aan het glasvocht draagt risico's. De belangrijkste:

  • Cataract. Vrijwel alle patiënten boven de 50 ontwikkelen na een vitrectomie binnen één tot drie jaar staar (lensvertroebeling) en moeten daarvoor een cataractoperatie ondergaan. Dat klinkt zwaarwegend, maar staaroperaties zijn voorspelbaar en succesvol.
  • Netvliesscheur of -loslating. Het risico ligt in de orde van 1 tot 2 procent. Klein, maar reëel — en uitgerekend dít is de aandoening waarvoor we elders juist behandelen.
  • Infectie (endoftalmitis). Zeldzaam (in de orde van 1 op 500 tot 1 op 1000), maar ernstig wanneer het optreedt.

Voor iemand die elders in zijn leven kerngezond is en die door floaters daadwerkelijk wordt beperkt, kunnen deze risico's in verhouding aanvaardbaar zijn. Voor iemand die "ze nog wel eens ziet maar er prima mee leeft", weegt het niet op.

Mijn werkwijze. Ik bespreek deze beslissing altijd in twee gesprekken. Een uitgebreid intakeconsult waarin ik beoordeel wat de roebelingen exact zijn (OCT, B-scan-echografie waar nuttig), hoe ze samenhangen met andere aandoeningen, en wat de impact op uw dagelijks leven is. Daarna krijgt u tijd om te overwegen — meestal twee tot vier weken. Pas in een tweede gesprek beslissen we samen of een operatie zinvol is.

En laser?

YAG-laservitreolyse — waarbij roebelingen met een laser worden 'opgebroken' — wordt elders weleens aangeboden, maar ik bied deze behandeling niet aan. Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat de techniek effectief en veilig genoeg is om standaard onderdeel te zijn van het aanbod. Voor patiënten die een echte oplossing willen, blijft een vitrectomie de enige aantoonbaar werkzame ingreep.

Resultaten uit onze praktijk

Een vitrectomie geeft een heldere glasvochtruimte; de oorspronkelijke troebelingen keren niet terug. Het risico op een netvliesloslating na de operatie is ongeveer 0,3%. Wel volgt een vitrectomie voor floaters in de regel pas wanneer de klachten minstens een half jaar bestaan — gewenning kan namelijk optreden, en als die kans reëel is, is afwachten meestal verstandiger dan opereren.

Operatieve cijfers uit de Retina OC-database; gemeten op één maand na de ingreep. Resultaat hangt mede af van de uitgangssituatie, zoals de uitgebreidheid van de netvliesloslating of de grootte van het maculagat.

Home  /  Aandoeningen  /  Glasvochtbloeding

Glasvocht­bloeding.

Bloed in het glasvocht zorgt voor een plotse, vaak forse afname van het zicht. De oorzaak — variërend van diabetische retinopathie tot een netvliesscheurtje — bepaalt de behandeling.

Klinisch beeld · glasvochtbloeding Fundusbeeld of B-scan-echografie van een glasvochtbloeding. Kan een diabetisch beeld zijn, of een AGL-gerelateerd beeld.
Fundusfoto bij proliferatieve diabetische retinopathie — abnormale vaatnieuwvorming die tot een glasvochtbloeding heeft geleid. Fundus · uit klinisch archief
Spoed. Bij een plotse donkere of rode waas door het zicht, plotseling veel nieuwe vlokjes, of een acute zichtafname: dezelfde dag naar de oogarts of de Spoedeisende Hulp.

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Bij een glasvochtbloeding zit er bloed in het glasvocht, waardoor het zicht plotseling wazig of donker wordt — soms tot bijna geen zicht meer. De bloeding zelf is niet pijnlijk, maar de oorzaak is bijna altijd serieus.

De meest voorkomende oorzaken zijn een achterste glasvochtloslating waarbij een netvliesvaatje scheurt, een onderliggend netvliesscheurtje of -loslating, en proliferatieve diabetische retinopathie of een veneuze occlusie waarbij nieuw gevormde, kwetsbare bloedvaten breken. Soms is een trauma de aanleiding. Onderzoek bij plotse troebeling van het zicht is altijd nodig om de bron te bepalen — in 50–70% van de gevallen ligt er een netvliesscheurtje aan ten grondslag.

Welke klachten geeft het?

Een glasvochtbloeding wordt vaak ervaren als een rode of donkere "wolk" door het zicht, of als een plotse, gerimpelde grijze waas. Soms ziet u alleen vlokjes en strepen die op floaters lijken maar veel meer in aantal en donkerder zijn. In ernstige gevallen valt het zicht aan één oog vrijwel volledig weg — terwijl licht en donker meestal nog wel te onderscheiden zijn.

Mogelijke oorzaken

  • Achterste glasvochtloslating met scheur — bij het loskomen van het glasvocht ontstaat een scheurtje in het netvlies, wat vaak een bloedvaatje raakt.
  • Diabetische retinopathie — bij langer bestaande diabetes ontstaan kwetsbare nieuwe bloedvaatjes die spontaan bloeden.
  • Trauma — een klap op het oog kan een bloedvat in het netvlies of de oogwand beschadigen.
  • Veneuze occlusie met neovascularisatie — een afgesloten netvliesader kan na verloop van tijd kwetsbare nieuwe bloedvaten geven die spontaan in het glasvocht bloeden.

Wat te doen bij een eerste glasvochtbloeding?

Bij een plotse troebeling van het zicht — een rode of donkere waas, een grijze sluier, of veel nieuwe vlokken tegelijk — is dezelfde dag onderzoek nodig. De bloeding zelf is niet pijnlijk, maar de oorzaak ervan is bijna altijd serieus en vraagt om snelle beoordeling. Bij een dichte bloeding waardoor het netvlies niet goed is te beoordelen wordt vaak een echo-onderzoek (B-scan) gedaan om een eventuele onderliggende netvliesscheur of -loslating uit te sluiten.

Behandeling

Sommige bloedingen klaren binnen enkele weken vanzelf op. Vaker is een vitrectomie nodig — vooral als de oorzaak een onderliggende aandoening is die behandeld moet worden, zoals een netvliesscheur, diabetische retinopathie of een netvliesloslating. Bij de operatie wordt het bloed verwijderd, de oorzaak behandeld en het oog gevuld met heldere vloeistof, gas of olie afhankelijk van de bevinding.

Plotse afname van zicht door een rode of donkere waas?

Snel oogheelkundig onderzoek is altijd geïndiceerd — bel uw oogarts of de SEH dezelfde dag.

Wel of niet opereren?

Niet elke glasvochtbloeding wordt direct geopereerd. Een verse bloeding zonder duidelijke oorzaak kan in sommige gevallen vanzelf resorberen — afwachten is dan een goede eerste stap. Bij een achterste glasvochtloslating als vermoedelijke oorzaak adviseren we doorgaans wél om te opereren. Een dichte glasvochtbloeding wijst sterk op een onderliggend netvliesscheurtje — bij 50 tot 70% van deze patiënten wordt er één gevonden — dat zonder behandeling tot een netvliesloslating kan leiden. Vroege vitrectomie ruimt het bloed op en stelt ons in staat eventuele scheurtjes in dezelfde sessie te behandelen. Bij een onderliggende vaatocclusie of diabetische retinopathie hangt de keuze af van het beloop, de impact op uw dagelijks leven en de toestand van het andere oog. We bespreken de voor- en nadelen met u en helpen bij de keuze.

Resultaten uit onze praktijk

Een vitrectomie ruimt het bloed op en herstelt het zicht doorgaans tot het niveau van vóór de bloeding — het uiteindelijke resultaat hangt af van de onderliggende oorzaak en eventuele schade aan het netvlies. Bij een glasvochtbloeding zonder duidelijke oorzaak is het risico op een netvliesloslating na de operatie minder dan 1%; bij een onderliggende vaatafsluiting van het netvlies ligt dat onder de 0,5%.

Operatieve cijfers uit de Retina OC-database; gemeten op één maand na de ingreep. Resultaat hangt mede af van de uitgangssituatie, zoals de uitgebreidheid van de netvliesloslating of de grootte van het maculagat.

Home  /  Aandoeningen  /  Diabetische retinopathie

Diabetische retinopathie.

Schade aan het netvlies door langdurig verhoogde bloedsuikerwaarden — een aandoening die jarenlang sluipend kan verlopen, en waarbij wij meestal pas in beeld komen wanneer een operatie nodig is.

Klinisch beeld · diabetische retinopathie Fundusbeeld of OCT van proliferatieve diabetische retinopathie — bij voorkeur met zichtbare neovascularisaties, eventueel een tractieretinaalloslating of een gevorderd beeld met fibrovasculaire membranen.
Fundusbeeld van proliferatieve diabetische retinopathie — abnormale nieuwvorming van bloedvaatjes op het netvlies, die op elk moment kan bloeden in het glasvocht. Fundus · uit klinisch archief

Diabetes mellitus tast de kleine bloedvaten in het lichaam aan, en het netvlies is daar bijzonder gevoelig voor. Bij jarenlang verhoogde bloedsuikerwaarden raken de fijnste vaatjes in het netvlies beschadigd. Eerst worden ze poreus en lekken vocht en bloed; later sluiten sommige helemaal af. Het netvlies probeert zich daartegen te verdedigen door nieuwe vaten aan te leggen, maar deze nieuwgevormde vaten zijn broos en lekken makkelijk. Dat is het moment waarop diabetische retinopathie van een chronische, sluipende aandoening verandert in een acute, behandelbehoeftige.

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Bij diabetische retinopathie raken de kleine bloedvaten van het netvlies beschadigd door langdurig verhoogde bloedsuikers. In een vroeg stadium geeft het meestal nog geen klachten, terwijl er al beginnende schade is — daarom is regelmatige oogcontrole bij diabetes belangrijk.

In de loop van jaren ontstaan microbloedinkjes en lekkage van vocht uit de vaatwanden. In een gevorderd stadium gaan vaten dichtzitten, en vormt het netvlies als reactie nieuwe — zwakke — bloedvaten (proliferatieve diabetische retinopathie). Die kunnen scheuren en zorgen voor glasvochtbloedingen, of door littekenvorming uiteindelijk voor een netvliesloslating.

Twee stadia, twee gezichten.

Diabetische retinopathie verloopt in grote lijnen in twee stadia.

In het niet-proliferatieve stadium (NPDR) zijn de afwijkingen subtiel: kleine bloedinkjes, vetafzettingen ('exsudaten'), microaneurysmata. De patiënt merkt vaak niets — de oogarts vindt deze veranderingen bij periodieke screening. Behandeling is in deze fase meestal niet nodig; wel scherpere bloedsuikercontrole en jaarlijkse controle.

In het proliferatieve stadium (PDR) ontstaan nieuwe, broze bloedvaatjes op of rond het netvlies. Deze kunnen plotseling bloeden, met als gevolg een glasvochtbloeding. Ze kunnen ook littekenweefsel vormen dat aan het netvlies trekt — een tractieretinaalloslating, een specifieke vorm die anders verloopt dan de gewone scheurtjes-variant van een netvliesloslating.

Daarnaast kan ongeacht het stadium diabetisch maculaoedeem (DMO) ontstaan: vochtopstapeling in de gele vlek, met geleidelijk wazig zicht in het centrum.

Wat u zelf merkt.

Het tegendraadse aan diabetische retinopathie: in de fase waarin de behandeling het beste werkt, voelt u doorgaans helemaal niets. Het oog kan al fors aangetast zijn voordat het zicht merkbaar afneemt. Pas wanneer er een glasvochtbloeding optreedt — en u plotseling een rode mist of grote zwarte vlek ziet — of wanneer maculaoedeem het centrale zicht aantast, wordt u zich er direct van bewust.

Daarom is regelmatige oogheelkundige screening voor mensen met diabetes geen overdaad maar standaardzorg. De huisarts of internist verwijst meestal jaarlijks; bij gevorderde retinopathie volgen kortere intervallen.

Behandeling — een ladder.

Behandeling van diabetische retinopathie verloopt in een opbouwende ladder.

Bloedsuikercontrole is de basis. Strikte regulatie vertraagt de ontwikkeling aanzienlijk en kan in vroege stadia zelfs gedeeltelijke regressie geven. Dit is huisarts- en internistenwerk, maar wel het fundament van alle ooghulp die daarop volgt.

Lasertherapie (panretinale fotocoagulatie) wordt ingezet bij proliferatieve vormen. De randen van het netvlies worden met een laser behandeld, waardoor de drijfveer voor de nieuwvorming wegvalt. Niet aangenaam voor het gezichtsveld in het donker, maar bewezen effectief om blindheid te voorkomen.

Anti-VEGF-injecties (zoals ranibizumab, aflibercept, bevacizumab) vormen tegenwoordig de standaardbehandeling voor diabetisch maculaoedeem en zijn in toenemende mate ook een alternatief voor laser bij proliferatieve vormen. Deze injecties worden door de oogarts gegeven die u doorgaans al kent.

Een vitrectomie komt aan de orde wanneer de eerdere stappen tekortschieten. De drie hoofdindicaties zijn:

  • Een glasvochtbloeding die niet binnen weken vanzelf opklaart, of die zich blijft herhalen;
  • Een tractieretinaalloslating waarbij littekenweefsel het netvlies van de oogwand aftrekt;
  • Een combinatie van bovenstaande, vaak in een vergevorderd stadium.

Op dat punt komt onze rol in beeld.

Wat een diabetes-vitrectomie inhoudt.

Een vitrectomie bij gevorderde diabetische retinopathie is een complexe operatie. We verwijderen het glasvocht inclusief de bloeding, maar belangrijker nog: we verwijderen voorzichtig de fibrovasculaire membranen die het netvlies aan de oogwand vasttrekken. Dat is microchirurgisch werk waarbij we millimeter-voor-millimeter het netvlies losmaken zonder het te scheuren. Vaak is aanvullende laserbehandeling tijdens dezelfde ingreep nodig.

De operatie duurt langer dan een 'gewone' vitrectomie — vaak twee tot drie uur — en vereist na afloop standaardnazorg met houdingsadvies en oogdruppels. Het herstel van het zicht hangt sterk af van de toestand van het netvlies vóór de operatie. Wanneer de macula al langere tijd schade had, blijft die schade vaak bestaan; wat we wel altijd kunnen, is verdere verslechtering voorkomen.

Belangrijk om te weten. Operatie aan een diabetisch oog brengt iets meer risico's mee dan vitrectomieën om andere redenen — het netvlies is fragieler en de heling verloopt trager. Dat betekent niet dat de operatie te risicovol is; wel dat goede patiëntselectie en realistische verwachtingen essentieel zijn.

Hoe ik tegen diabeteszorg aankijk.

Diabetische retinopathie is bij uitstek een aandoening waar samenwerking telt. De internist regelt de bloedsuiker, de algemeen oogarts of medisch retina-specialist doet de monitoring en de injecties, en wij komen in beeld op het moment dat chirurgie nodig is. Ik werk daarom nauw samen met verwijzers en zorg dat de informatie tussen behandelaars stroomt. Voor u betekent dat: u hoeft uw verhaal niet steeds opnieuw te doen, en de keuzes worden niet eenzijdig genomen.

Resultaten uit onze praktijk

Bij diabetische glasvochtbloedingen of geavanceerde proliferatieve retinopathie wordt na een vitrectomie doorgaans een stabiele situatie voor lange termijn bereikt. Het zichtsherstel hangt grotendeels af van de schade die het netvlies vóór de operatie al had opgelopen. Soms treedt na de operatie een recidiefbloeding op, die zich in de regel snel vanzelf herstelt.

Operatieve cijfers uit de Retina OC-database; gemeten op één maand na de ingreep. Resultaat hangt mede af van de uitgangssituatie, zoals de uitgebreidheid van de netvliesloslating of de grootte van het maculagat.

Home  /  Aandoeningen  /  PVR — littekenvorming

PVR — littekenvorming op het netvlies.

Proliferatieve vitreoretinopathie is de belangrijkste reden waarom een netvliesloslating na een geslaagde operatie soms terugkeert. De ontwikkeling ervan is voor een deel te beïnvloeden door de operatietechniek — een speerpunt in mijn werk.

Klinisch beeld · PVR Fundusfoto of OCT van proliferatieve vitreoretinopathie. Toont littekenmembranen en/of contractie. Eventueel intraoperatief beeld met chandelier-belichting.
Fundusbeeld bij proliferatieve vitreoretinopathie — littekenmembranen op het netvlies veroorzaken contractie en hernieuwde loslating. Fundus · uit klinisch archief

Het netvlies vormt de lichtgevoelige laag aan de binnenzijde van de oogbol; in het centrum ligt de gele vlek (macula) waarmee we scherp zien. De ruimte ervoor is gevuld met glasvocht — een heldere geleiachtige stof. Bij PVR — proliferatieve vitreoretinopathie — vormt zich op het netvlies een littekenachtig vliesje dat krimpt en het netvlies vervormt. PVR is de belangrijkste oorzaak van een terugkerende netvliesloslating na een eerdere operatie.

De aandoening ontstaat doordat cellen van het netvliesoppervlak loslaten, zich vermenigvuldigen en aan beide zijden van het netvlies een dunne laag vormen. Die laag krimpt vervolgens — vergelijkbaar met litteken-contractie elders in het lichaam — en trekt het netvlies opnieuw los. Glasvochtresten en gepigmenteerde cellen op het netvlies zijn bekende risicofactoren; het zorgvuldig verwijderen daarvan is een kernpunt van de eerste operatie.

PVR is geen "tweede ziekte" maar een complicatie die voortkomt uit het oorspronkelijke probleem. Een netvliesscheur stelt cellen van het pigmentblad bloot aan het glasvocht, waar ze normaal nooit komen. Eenmaal in het glasvocht beginnen deze cellen te delen en zich te transformeren tot bindweefselachtige cellen die membranen vormen.

Waarom is PVR zo lastig?

Een tweede operatie aan een oog met PVR is technisch zwaarder. Membranen moeten zorgvuldig worden afgepeld zonder het netvlies te beschadigen, en vaak is een langduriger interne tampon nodig — zoals siliconenolie, die later in een aparte ingreep weer verwijderd moet worden. Het zichtherstel na een geslaagde PVR-operatie is gemiddeld minder goed dan na een primaire ingreep.

Wat kan er gedaan worden om het te voorkomen?

Geen enkele techniek kan PVR volledig uitsluiten — sommige ogen hebben een biologische aanleg die het ontwikkelen waarschijnlijker maakt. Maar bij de operatietechniek zijn keuzes te maken die de kans aanzienlijk beïnvloeden.

  • Volledige verwijdering van het glasvocht — resten van het glasvocht, en in het bijzonder de cortexlaag die soms achterblijft op het netvlies, zijn een bekende risicofactor. Met behulp van triamcinolon (een kleurmiddel dat het anders onzichtbare glasvocht zichtbaar maakt) kunnen deze restanten beter worden geïdentificeerd en verwijderd.
  • Indenteren van de glasvochtbasis — door tijdens de operatie de oogwand voorzichtig in te drukken (met een chandelierlichtje als verlichting) wordt de buitenste rand van het glasvocht zichtbaar en bereikbaar.
  • Herkenning en verwijdering van pigmentcellen ("vlokken") — kleine pigmentdeeltjes zijn een teken dat cellen reeds in het glasvocht zijn losgekomen; gericht verwijderen vermindert het risico verder.
"Door deze manier van opereren kan de kans op een recidief loslating door PVR na een primaire RNL worden teruggebracht van meer dan 10% naar 5–10%."

De wetenschappelijke onderbouwing

Onze klinische ervaring en onderzoeksbevindingen wijzen erop dat zorgvuldig uitvoeren van bovenstaande stappen het verschil maakt. Een prospectieve multi-chirurg studie liet bij ongeveer 35% van de primaire vitrectomieën pigmentvlokken zien — en dit hing significant samen met PVR-recidief. Het systematisch herkennen en behandelen ervan is sindsdien een vast onderdeel van onze techniek.

Voor verwijzers en geïnteresseerde collega's: er is een uitgebreid wetenschappelijk werk over dit onderwerp beschikbaar; zie de pagina over dr. Van Overdam.

Resultaten uit de literatuur

PVR ontstaat na 5 tot 10% van primaire vitrectomieën voor een netvliesloslating en is daarmee de belangrijkste oorzaak van postoperatieve recidieven. Bij chirurgische behandeling van een PVR-recidief wordt anatomisch herstel — een aanliggend netvlies — bereikt bij ongeveer 60 tot 80% van patiënten in literatuurseries. Het functionele zichtherstel is variabel en gemiddeld minder goed dan na een eerste operatie. Dit onderstreept het belang van de eerste operatie en van een operatietechniek die het PVR-risico zo klein mogelijk houdt.

Cijfers gebaseerd op meerdere klinische series in de internationale vitreoretinale literatuur.

Eerder mislukte netvliesoperatie of verhoogd PVR-risico?

Voor tweede meningen of bespreking van complexe gevallen is verwijzing welkom. Voor verwijzers

Home  /  Netvliesoperaties

Netvlies­operaties.

Drie kerntechnieken vormen samen vrijwel alle netvliesoperaties: de glasvochtoperatie (vitrectomie), de cerclage of plombe, en pneumatische retinopexie. Hieronder leest u hoe ze verschillen en wanneer welke wordt gekozen.

Vitrectomie onder de microscoop.

Vitrectomie (glasvochtoperatie)

De meest gebruikte techniek bij netvlies- en glasvochtproblemen. Via drie kleine openingen van minder dan 1 millimeter in de oogwand wordt het glasvocht voorzichtig verwijderd met een fijne micro-instrument dat tegelijk afzuigt en knipt. Daarna kan het netvlies worden behandeld: scheurtjes worden gehecht met laser of cryocoagulatie, een gat wordt afgepeld, een loslating wordt teruggelegd, of bloedingen worden verwijderd.

Aan het einde van de operatie wordt het oog gevuld met heldere vloeistof, een gas-luchtmengsel of siliconenolie, afhankelijk van wat het netvlies nodig heeft. Een gas- of olievulling werkt als interne tampon en houdt het netvlies de eerste dagen of weken op zijn plek.

Wanneer kiezen we voor vitrectomie?

  • Bij netvliesloslating, vooral bij oudere patiënten of bij meerdere of grote scheuren
  • Bij maculagat en macula pucker
  • Bij glasvochtbloeding waarbij het netvlies niet goed te beoordelen is
  • Bij ernstige littekenvorming (PVR)
  • Bij infecties in het oog (endoftalmitis)

Cerclage en plombe

Bij deze klassieke techniek wordt aan de buitenkant van de oogwand gewerkt. Een siliconen bandje (cerclage) wordt rond het oog gelegd, of een siliconen plombe (buffer) wordt op een specifieke plek bevestigd. De druk van buitenaf zorgt dat het oog op die plek iets indeukt, waardoor een netvliesscheurtje sluit en het netvlies tegen de oogwand komt te liggen.

Wanneer kiezen we voor cerclage?

  • Bij jongere patiënten met een netvliesloslating en helder glasvocht
  • Bij scheurtjes laag vooraan in het oog (slecht bereikbaar via vitrectomie)
  • Soms in combinatie met vitrectomie bij complexe loslatingen

Pneumatische retinopexie

Bij geselecteerde patiënten met een kleinere, oppervlakkige loslating in het bovenste deel van het oog kan een korte poliklinische ingreep volstaan: een gasbel wordt in het oog gespoten, het scheurtje wordt met laser of cryocoagulatie gehecht, en de patiënt houdt enkele dagen het hoofd in een specifieke positie zodat de gasbel het netvlies tegen de oogwand drukt.

De techniek werkt niet voor alle netvliesloslatingen — strenge criteria gelden voor patiëntselectie — maar bij geschikte patiënten kan het een operatie in een grote OK vermijden.

Combinatie-operaties

Een vitrectomie versnelt het ontstaan van staar (cataract). Daarom wordt bij patiënten met een al heldere ooglens regelmatig direct een gecombineerde operatie uitgevoerd: in dezelfde sessie wordt een staaroperatie en een vitrectomie verricht. Dat scheelt een tweede ingreep een paar maanden later en geeft vaak meteen scherper zicht.

Het traject rond een operatie

  • Voor de operatie — een uitgebreid voorgesprek met de oogarts, een pre-operatieve screening en duidelijke instructies over medicatie, vasten en vervoer.
  • De ingreep zelf — meestal in dagbehandeling, onder lokale verdoving (of algehele narcose bij voorkeur of bij langere ingrepen). De duur loopt uiteen van 30 tot 120 minuten.
  • Direct na de operatie — uw oog wordt afgedekt met een verband, u krijgt instructies mee over druppelen, houding en wat te doen bij klachten.
  • Herstel — controles op dag 1, in de eerste week en daarna geleidelijk. Volledig herstel duurt enkele weken tot enkele maanden.

Vragen over uw aankomende operatie?

Neem voor of na het spreekuur contact op — wij denken graag mee over uw specifieke situatie. Contact

Home  /  Het eerste consult

Het eerste consult.

Wat u kunt verwachten als u door uw oogarts naar ons bent verwezen — wat we onderzoeken, hoe we de bevindingen bespreken en hoe een eventuele behandeling tot stand komt.

Twee locaties. Deze informatie is in grote lijnen van toepassing op zowel het Erasmus MC Rotterdam als het Retina Operatiecentrum Ede. Lokale verschillen bespreken we tijdens uw spreekuur.

Een verwijzing voor een glasvocht- of netvliesprobleem is voor de meeste mensen een eerste keer. Hieronder leggen we uit wat u bij ons bezoek te wachten staat: wie u ontmoet, welke onderzoeken horen bij een eerste consult, en hoe u en wij samen tot een beslissing komen over de beste vervolgstap.

Wat u meebrengt

De verwijsbrief van uw eigen oogarts of huisarts is leidend — deze is doorgaans al digitaal bij ons binnengekomen. Daarnaast helpt het als u meeneemt:

  • Een actueel medicatieoverzicht (uw apotheek kan dit uitprinten); ook kruidenpreparaten, zelfzorgmiddelen en oogdruppels horen daarbij
  • Eerdere oogonderzoeken — OCT-scans, fundusfoto's, biometrie — als die beschikbaar zijn. Veel oogartsen sturen deze digitaal naar ons door; soms krijgt u ze op een USB-stick mee
  • Een lijst met vragen op papier — een eerste consult bevat veel informatie, en het helpt om voorbereid te zijn
  • Een begeleider, zeker als u zich na het bezoek niet zelfstandig wilt verplaatsen — zie Praktische zaken hieronder

Bij aankomst — het onderzoek

Het bezoek begint niet meteen bij de chirurg. U wordt eerst opgevangen door een optometrist of een technisch oogheelkundig assistent, die de basisonderzoeken doet en de informatie voor het consult voorbereidt.

Anamnese. We bespreken uw klachten en het verloop ervan, eerdere oogheelkundige behandelingen, andere oogziekten, algemene gezondheid, allergieën en medicatiegebruik. Allergieën voor antibiotica, pleisters, latex en vooral povidonjodium (Betadine, dat standaard wordt gebruikt voor oogdesinfectie) worden actief uitgevraagd.

Oogmetingen. Gezichtsscherpte, oogdruk en de basisstatus van het oog.

Pupil verwijdende druppels. Voor de meeste netvliesonderzoeken is dit nodig om goed achter in het oog te kunnen kijken. De pupillen zijn enkele uren wijd; u ziet daarna wat wazig en bent tijdelijk gevoelig voor licht. Dit is de belangrijkste reden om voor de terugreis een begeleider, taxi of openbaar vervoer te kiezen.

Aanvullend onderzoek waar nodig. Een OCT-scan van de macula is vaak gangbaar. Bij overweging van een gecombineerde staaroperatie wordt een biometrie verricht — een meting waarmee we de juiste sterkte van een eventuele kunstlens berekenen. Voor een betrouwbare biometrie moet de hoornvliesvorm in zijn natuurlijke staat zijn, dus draagt u contactlenzen, dan moeten die voor de meting uit: harde lenzen minimaal vier weken, zachte lenzen minimaal twee weken. Lukt dat niet vanwege de planning, laat ze dan zo lang mogelijk uit voor het bezoek — dat verbetert de meting al.

Reken voor dit onderdeel op 30 tot 60 minuten, soms langer als er extra onderzoek nodig is.

Het gesprek met de chirurg

Daarna wordt u opgehaald voor het gesprek. Het oog wordt opnieuw onderzocht, ditmaal met de spleetlamp en — wanneer dat de bevindingen aanvult — met een echo (B-scan), bijvoorbeeld als het glasvocht troebel is en het netvlies daardoor moeilijk te beoordelen is.

Vervolgens nemen we de bevindingen door:

  • Wat we zien — uitleg van de aandoening, wat het is en wat het niet is
  • Wat het voor u betekent — niet alleen de medische uitleg, ook de praktische gevolgen voor uw zicht en dagelijks leven
  • Welke behandelmogelijkheden er zijn — voor- en nadelen van elke optie, te verwachten herstel, en wat de cijfers daarover zeggen

Als een operatie aan de orde is, leggen we eenduidig vast welk oog geopereerd zou worden, welke ingreep we voorstellen, welke vorm van anesthesie passend is, en — bij een gecombineerde staaroperatie — wat de voorkeur is voor de doelrefractie van de te plaatsen kunstlens.

Behandelopties en uw beslissing

Niet elk consult eindigt met een operatie. Voor sommige aandoeningen is afwachten of observeren een legitieme keuze, zeker als de klachten beperkt zijn of als de risico's van ingrijpen op dit moment niet opwegen tegen de te verwachten winst. Dat bespreken we eerlijk, met de cijfers en risico's die erbij horen.

Soms is de beslissing eenvoudig — bij een verse netvliesloslating bijvoorbeeld, waar snel opereren de uitkomst aanzienlijk verbetert. Vaker is het een afweging waarvoor u tijd nodig heeft. In dat geval plannen we een vervolgafspraak na enkele weken, of bellen we u na een week om uw beslissing door te nemen.

Bij planbare ingrepen zet ik u nooit onder druk om dezelfde dag te beslissen. Een operatie aan het oog is geen kleine stap, en het is in uw belang dat u die afweging in alle rust kunt maken.

Het plannen van een operatie

Wanneer u en wij samen besluiten tot een operatie, neemt een patiëntbegeleider het over — uw vaste contactpersoon voor het hele traject. In dit gesprek:

  • Wordt het volledige perioperatieve traject doorgenomen — voorbereiding thuis, de operatiedag, het herstel
  • Vult u de gezondheidsvragenlijst in (vaak digitaal voorafgaand, anders ter plekke op papier)
  • Tekent u de toestemmingsformulieren voor de operatie, voor sedatie en voor postoperatieve medicatie
  • Worden de operatiedatum en de nacontroles meteen samen ingepland
  • Krijgt u het patiëntenboekje mee met alle informatie schriftelijk op zak

Tijdspad. Bij spoed — bijvoorbeeld een verse netvliesloslating — plannen we vaak nog dezelfde dag of binnen enkele werkdagen. Bij planbare ingrepen ligt de operatie doorgaans binnen enkele weken na uw beslissing.

Voor wat u thuis kunt verwachten op de aanloop naar de operatie, op de operatiedag zelf en in het herstel verwijzen we u graag door naar Voor de operatie, Tijdens de operatie en Na de operatie.

De anesthesiologische screening

Naast het oogheelkundige consult vindt een aparte anesthesiologische beoordeling plaats. Dat kan op de operatiedag zelf zijn of, bij verhoogd risico, in een aparte afspraak vooraf. De anesthesiemedewerker — en bij relevante comorbiditeit de anesthesioloog — beoordeelt:

  • Allergieën, met specifieke aandacht voor povidonjodium, antibiotica, lokale anesthetica en latex
  • Het actuele medicatiegebruik, met aandacht voor antistolling
  • De algehele gezondheidstoestand, vastgelegd via de zogeheten ASA-classificatie
  • MRSA- of BRMO-status, indien relevant

Antistolling hoeft meestal niet gestaakt. Het bloedingsrisico van onze ingrepen is laag — bij de standaard subtenon-anesthesie kunnen anti-aggregantia (zoals aspirine) en directe orale anticoagulantia (DOAC's) doorgaans worden gecontinueerd. Bij vitamine K-antagonisten (Sintrom of Marcoumar) houden we een INR-waarde van 2,5 tot 3,5 als acceptabel aan. Bij twijfel of recente wijzigingen vindt overleg plaats vóór de operatiedag.

Tweede mening

Een tweede mening wordt actief ondersteund, vooral bij planbare beslissingen. Een operatie aan het oog is geen kleine stap, en het kan helpen om een ander perspectief erbij te hebben. Op verzoek leveren we een uitdraai van het dossier en de bevindingen mee, zodat u die kunt voorleggen aan een collega-oogarts elders.

Praktische zaken

  • Vervoer naar huis. Door de pupil verwijdende druppels ziet u na het consult enkele uren wazig en bent u gevoelig voor licht. Liever niet zelf met de auto. Een begeleider, taxi of openbaar vervoer is verstandig.
  • Zonnebril mee. Voor de terugreis — uw oog is enkele uren extra lichtgevoelig.
  • Tijdsbesteding. Reken op 1 tot 2 uur in totaal voor het hele bezoek, afhankelijk van welke aanvullende onderzoeken nodig zijn.
  • Schriftelijke bevestiging. U ontvangt na het consult schriftelijk bericht. Uw verwijzend oogarts en uw huisarts krijgen daarvan een kopie.

Deze pagina is gebaseerd op de werkwijze van het Retina Operatiecentrum Ede zoals vastgelegd in het interne perioperatieve protocol.

Home  /  Operaties  /  Voor de operatie

Voor de operatie.

Wat u thuis kunt voorbereiden voordat u naar de kliniek komt — van hygiëne en medicatie tot vervoer en wat u op de dag zelf meeneemt.

Twee locaties. Deze informatie is in grote lijnen van toepassing op zowel het Erasmus MC Rotterdam als het Retina Operatiecentrum Ede. Lokale verschillen bespreken we tijdens uw spreekuur.

Een operatie aan het netvlies of glasvocht is voor vrijwel iedereen die hem ondergaat een eerste keer. De voorbereiding thuis bepaalt mede hoe soepel de behandeldag verloopt: een schone huid rond het oog, een eerlijk overzicht van wat u slikt, en de juiste afspraken over vervoer.

Hygiëne

Ga de avond of ochtend voor de behandeling in bad of onder de douche en was uw haren. Dit verlaagt het risico op infectie. Op de behandeldag zelf: geen oogmake-up, gezichtscrème of nagellak. Maak deze zaken de dag ervoor goed schoon.

Begeleiding en vervoer

Na de operatie wordt het oog afgedekt en kunt u zich minder fit voelen. U mag niet zelf aan het verkeer deelnemen — ook fietsen niet — en het is verstandig een begeleider te hebben voor de eerste 24 uur. Regiotaxi of thuiszorg kan eveneens.

Medicatie

U kunt op de operatiedag uw vaste medicijnen gewoon volgens voorschrift innemen, tenzij anders met u afgesproken. Dat geldt ook voor bloedverdunners en oogdruppels. Twee uitzonderingen om alert op te zijn:

  • Gebruikt u acenocoumarol of fenprocoumon (Sintrom of Marcoumar), meet dan binnen 72 uur voor de operatie de INR en geef die door zodra deze hoger is dan uw streefbereik.
  • Verandert er iets in uw bloedverdunnersmedicatie tussen het gesprek met de oogarts en de operatie, bel ons dan minstens drie werkdagen van tevoren.

Hoesten of verkoudheid

Bel de kliniek vooraf als u veel hoest. Pufjes of medicijnen tegen het hoesten neemt u mee.

Op de dag zelf

Een goede nachtrust en normaal ontbijt. Schone, makkelijk zittende kleding. Geen sieraden, kettingen, ringen, armbanden, horloges of piercings in het gezicht. Het gehoorapparaat aan de kant van het te opereren oog uit (de andere kant mag u inhouden). Geld en waardevolle bezittingen laat u thuis.

Home  /  Operaties  /  Tijdens de operatie

Tijdens de operatie.

Wat er gebeurt vanaf het moment dat u zich meldt in de kliniek tot u weer naar huis gaat — intakegesprek, verdoving, de operatie zelf en de eerste minuten erna.

Twee locaties. Deze informatie is in grote lijnen van toepassing op zowel het Erasmus MC Rotterdam als het Retina Operatiecentrum Ede. Lokale verschillen bespreken we tijdens uw spreekuur.

U bent in totaal twee tot drie uur bij ons — voor voorbereiding, operatie en nazorg. Hieronder leest u stap voor stap wat er in die tijd gebeurt.

Aankomst

U meldt zich op het afgesproken tijdstip in de kliniek. U wordt opgevangen door iemand van het team dat met u meegaat door de ochtend.

Het intakegesprek

Het intakegesprek vooraf neemt de gezondheidsvragenlijst, toestemmingsverklaring, diagnose, behandelplan en eventuele medicatie met u door. Wanneer er een specifiek houdingsadvies voor na de operatie nodig is, bespreken we dat hier ook.

Pupil verwijdende druppels

Voor de operatie krijgt u oogdruppels die de pupil groter maken. Het oog kan daarna nog enkele dagen tot zelfs maanden een grotere pupil hebben dan de andere kant — dat is normaal en herstelt vanzelf.

Verdoving

In de voorbereidingskamer wordt het oog verdoofd: eerst met druppels, daarna een injectie naast het oog. We plaatsen ook een infuusje, waardoor we tijdens de ingreep zo nodig lichte sedatie of pijnstilling kunnen geven. U bent wakker tijdens de operatie, maar u voelt en ziet niets.

Tijdens de operatie

Tijdens de operatie ligt u plat. Uw gezicht wordt afgedekt met een steriele doek waaronder zuurstof wordt geblazen. Belangrijk is dat u zo rustig mogelijk blijft liggen. Geef het aan als u moet hoesten of pijn voelt — dan kunnen we daar iets aan doen. U hoort de geluiden van de apparatuur en kunt ons als operatieteam horen praten. Dat hoort erbij.

Direct na de operatie

Direct na de operatie wordt het oog afgedekt. Soms krijgt u een tablet om de oogdruk te verlagen. U gaat terug naar de wachtkamer voor wat eten en drinken, en krijgt instructies voor de nazorg mee voordat u naar huis gaat.

Home  /  Operaties  /  Na de operatie

Na de operatie.

De eerste dagen, de weken erna en wat u kunt verwachten — met antwoorden op de meest gestelde vragen en de spoednummers voor wanneer er iets niet goed voelt.

Twee locaties. Deze informatie is in grote lijnen van toepassing op zowel het Erasmus MC Rotterdam als het Retina Operatiecentrum Ede. Lokale verschillen bespreken we tijdens uw spreekuur.

De eerste dagen erna

De ochtend na de operatie verwijdert u zelf het verband. Maak de oogleden voorzichtig schoon met een schone washand zonder direct contact met het oog. Begin dan met druppelen volgens het schema dat u heeft meegekregen — niet elke patiënt krijgt druppels, dat verschilt per situatie. Bewaar de druppels op kamertemperatuur. Wanneer een bijsluiter een ander schema vermeldt dan wat u meekreeg, volg dan het advies van uw oogarts.

De eerste twee dagen: hoofd droog houden. Daarna mag het haar weer gewassen.

Het oog is kwetsbaarder dan normaal. Niet duwen, niet wrijven. Een (zonne)bril overdag is een goede bescherming tegen onbedoeld stoten. 's Nachts kan een oogkapje voorgeschreven worden — dat krijgt u dan vanuit de kliniek mee.

Wel mag direct: wandelen, een tandartsbezoek, met mate alcohol gebruiken.

Niet de eerste week: fietsen.

De weken erna

Tot twee weken na de operatie:

  • Niet meer dan 10 kg tillen
  • Geen sport (hardlopen, zwemmen, sauna)
  • Geen zware inspanning of werk waar u kracht voor moet zetten
  • Geen tuinwerk of stoffige omgevingen
  • Niet reizen vanwege de controlemomenten

Tot vier weken na de operatie:

  • Geen oogmake-up
  • Geen contactlens in het geopereerde oog (in het andere oog mag wel)

Autorijden mag pas wanneer de lucht- of gasbel uit het oog verdwenen is. Vraag uw oogarts tijdens de nacontrole wat in uw situatie geldt.

Vliegen of duiken is niet toegestaan zolang er gas of lucht in het oog zit — de drukverandering tijdens de vlucht kan het oog ernstig beschadigen.

Werkhervatting. De meeste mensen pakken na 7 tot 10 dagen het werk weer op. Voor zwaar lichamelijk werk: 2 tot 3 weken aanhouden. Kantoorwerk kan eerder, vaak eerst halve dagen — in het begin kunt u nog hoofdpijn of vermoeidheid hebben omdat het zicht nog niet optimaal is. Stem dit zo nodig af met uw bedrijfsarts.

Houdingsadvies. Wanneer er gas in het oog is achtergelaten, kan een specifieke houding nodig zijn — meestal voorover of op een specifieke zij — gedurende een aantal dagen tot een week. Dit zorgt ervoor dat de gasbel op de juiste plek tegen het netvlies drukt. We bespreken dit met u voorafgaand aan de operatie of direct erna.

Wat u kunt verwachten

Na een netvliesoperatie is een aantal verschijnselen normaal en hoort bij het herstel.

Roodheid van het oog kan zelfs even toenemen voor het wegtrekt — kan weken duren.

Irritatie of een zandkorrelgevoel is gebruikelijk en gaat meestal vanzelf over. In zeldzame gevallen worden hechtingen gebruikt die 2 tot 6 weken kunnen irriteren; daarvoor schrijft de oogarts soms tijdelijk wat zalf voor.

Een wijde pupil aan het geopereerde oog kan maandenlang aanhouden.

Bewegende zwarte stipjes zijn restanten van een medicijn dat we tijdens de operatie gebruiken om het glasvocht beter zichtbaar te maken. Deze verdwijnen geleidelijk in de loop van enkele weken tot zes weken. Vaak vallen ze pas op zodra de gasbel of luchtbel deels is verdwenen.

Verminderd zicht is direct na de operatie soms ingrijpend — soms ziet u alleen licht en donker. Met een gas- of luchtbel ziet u weken slecht en is kijken vermoeiend. Volledig zichtsherstel kan tot een jaar duren, met de meeste vooruitgang in de eerste drie maanden.

Dubbelzien komt regelmatig voor en is meestal tijdelijk. Houdt het langer dan zes weken aan, bespreek het dan met de oogarts.

Een verdoofd voorhoofd kan tot enkele dagen na de operatie aanvoelen — gevoel komt vanzelf terug. Door de verdoving (en de gasbel) kan het geopereerde oog ook moeilijk open en kan het scheel staan; dit trekt doorgaans binnen enkele dagen bij.

Bril aanpassen: een tijdelijk brillenglas kan na 3 weken, een definitief glas pas na 2 maanden.

Beeldvervorming kan blijven bestaan als de macula vóór de operatie al was aangedaan — bij netvliesloslating, maculapucker of maculagat. Tot een jaar na de operatie kan dit nog langzaam verbeteren.

Gas en lucht verdwijnen vanzelf:

  • Lucht: ongeveer een week
  • Kortwerkend gas: twee tot drie weken
  • Langwerkend gas: ongeveer acht weken

U ziet de bel als een schommelende, donkere rand die langzaam zakt. Het gezichtsveld bóven de bel wordt geleidelijk helder en groter.

Olie wordt niet door het lichaam opgenomen en wordt meestal na enkele maanden in een tweede ingreep verwijderd. Heel zelden blijft olie blijvend in het oog. Soms zijn na verwijdering nog kleine oliebelletjes zichtbaar bij verandering van houding.

Let op — niet normaal:

Hoofdpijn met misselijkheid kan wijzen op een sterk verhoogde oogdruk en is geen normaal beloop. En zou er ná het wegtrekken van de gasbel een nieuwe donkere vlek in uw gezichtsveld verschijnen, dan kan er iets met het netvlies zijn — bel direct.

Veelgestelde vragen

Hoe lang ben ik in de kliniek?

Reken op twee tot drie uur in totaal — voor voorbereiding, operatie en nazorg.

Krijg ik narcose?

Nee, een glasvochtoperatie wordt vrijwel altijd onder plaatselijke verdoving uitgevoerd. U bent wakker, maar voelt en ziet niets.

Mag ik mijn medicijnen blijven innemen?

Ja, vrijwel alle medicijnen mogen op de dag van de operatie volgens voorschrift gebruikt worden. Bij specifieke bloedverdunners (Sintrom, Marcoumar) zijn er extra afspraken — die staan beschreven onder Voor de operatie.

Wanneer mag ik weer aan het werk?

Kantoorwerk vaak na 7 tot 10 dagen, eerst halve dagen. Zwaarder lichamelijk werk na 2 tot 3 weken. Stem dit zo nodig af met uw bedrijfsarts.

Wanneer mag ik weer autorijden?

Pas als de gas- of luchtbel uit het oog verdwenen is. Uw oogarts laat het u weten tijdens de nacontrole.

Mag ik vliegen na de operatie?

Niet zolang er gas of lucht in het oog zit — de drukverandering tijdens de vlucht kan het oog ernstig beschadigen. Naar grote hoogtes reizen of duiken is om dezelfde reden uitgesloten.

Hoe lang duurt het voordat ik weer goed zie?

Het herstel verloopt in weken tot maanden. De grootste vooruitgang zit in de eerste drie maanden, met doorgaande verbetering tot een jaar na de operatie. Was de macula vóór de operatie al aangedaan (bij maculagat, pucker of een macula-loslating), dan blijft enige beeldvervorming meestal bestaan.

Waarom kan ik niet langdurig onder controle blijven bij dezelfde chirurg?

Het Retina Operatiecentrum is een landelijk specialistisch dagbehandelingscentrum voor glasvocht- en netvlieschirurgie. We houden capaciteit vrij voor (semi-)acute netvliesproblemen, daarom worden patiënten na 2 tot 3 controles teruggezonden naar hun verwijzend oogarts. Bij langdurig gas of olie in het oog blijven we wel langer betrokken.

Wat doe ik bij pijn na de operatie?

4× per dag 1000 mg paracetamol gedurende 24 uur — 3× 1000 mg als u boven de zeventig bent of bekend met leverziekte. Eventueel daarbij 3× per dag 400 mg ibuprofen, gedurende 2 dagen (mits geen maagklachten).

Houdt de pijn aan, of wordt het erger, bel dan de spoedlijn.

Spoed en contact

Bel direct het Retina Operatiecentrum bij:

  • Plotselinge verslechtering van het zicht
  • Een pijnlijk rood oog met flinke hoofdpijn en misselijkheid die niet reageert op pijnstillers
  • Een oog dat plotseling rood én pijnlijk wordt
  • Klachten die erger worden in plaats van beter
Spoednummer Retina Operatiecentrum (088) 111 19 90

Buiten kantoortijden wordt u doorgeschakeld naar de dienstdoende oogarts. Zorg dat uw nummerherkenning aanstaat. Wordt de telefoon onverhoopt niet meteen beantwoord, probeer het dan na 10–15 minuten nog eens.

Deze pagina is gebaseerd op de patiëntinformatie van het Retina Operatiecentrum (versie juni 2024). Voor de officiële folder en aanvullende informatie van ROC: eyescan.nl/retina-oc.

Home  /  Netvlieschirurg

De arts

Dr. Koen van Overdam.

Vitreoretinaal chirurg met spreekuur en operatieve zorg op twee locaties: Erasmus MC Rotterdam (donderdag en vrijdag) en Retina Operatiecentrum Ede (dinsdag en woensdag).

Portret · dr. Van Overdam Editorial portret in werkomgeving — spreekkamer, OK of gang van het Retina Operatiecentrum. ¾-houding, zachte beweging, in zwart-wit het sterkst.
Dr. Koen van Overdam in zijn werkomgeving — vitreoretinaal chirurg in Rotterdam en Ede. Portret · nog te maken

Ik ben oogarts en gespecialiseerd in chirurgie van het netvlies en het glasvocht (vitreoretinale chirurgie). Sinds 2024 werk ik in het Retina Operatiecentrum Ede en het Erasmus MC Rotterdam. Daarvoor was ik vijfentwintig jaar verbonden aan Het Oogziekenhuis Rotterdam — eerst als arts-assistent in opleiding, vanaf 2005 als vitreoretinaal chirurg, met focus op de meest complexe netvliesoperaties.

Mijn werk omvat de volledige breedte van de vitreoretinale chirurgie: van veelvoorkomende ingrepen zoals operaties bij netvliesloslating, maculagat en pucker, tot complexe behandelingen zoals chirurgie bij Von Hippel–Lindau, retinale subretinale chip-implantaten en operaties bij ernstige littekenvorming (PVR).

Naast de patiëntenzorg ben ik wetenschappelijk actief en houd ik mij in het bijzonder bezig met de vraag hoe littekenvorming na een netvliesloslating ontstaat — en wat er chirurgisch te doen is om die kans zo klein mogelijk te maken. Een terugkerend thema in mijn werk is dat een geslaagde eerste operatie de beste preventie is van een tweede.

Promotie en onderzoek

In november 2024 promoveerde ik aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op innovaties in de vitreoretinale chirurgie. Mijn onderzoekslijn richt zich op proliferatieve vitreoretinopathie (PVR) en de rol van vitreale cortexresten (VCR) als risicofactor voor terugkerende loslating. Een mini-review over PVR als emergente systemische ziekte verschijnt in Graefe's Archive for Clinical and Experimental Ophthalmology.

Internationaal werk

Naast werk in Nederland heb ik onder meer in Nepal netvliesoperaties uitgevoerd op uitnodiging van het Mechi Eye Hospital.

Eerste in Nederland

Ik heb een aantal landelijke premières in de vitreoretinale chirurgie uitgevoerd:

Patenten en uitvindingen

Twee operatie-instrumenten heb ik vanuit Netvlieschirurg BV ontwikkeld en gepatenteerd: de Intra-ocular Diathermy Forceps (2015) voor gecombineerd peelen en coaguleren tijdens netvliesoperaties, en de Vitreous Wipe (2017) voor het verwijderen van vitreale cortexresten. Beide vinden hun oorsprong in een klinische behoefte en worden inmiddels in de praktijk gebruikt.

Academische rollen

Sinds 2019 ben ik Editorial Board Member bij Acta Ophthalmologica en review ik voor diverse oogheelkundige tijdschriften. Daarnaast was ik tussen 2014 en 2020 bestuurslid van de Nederlandse Werkgroep Vitreoretinale Chirurgie.

Specialisatie
Vitreoretinale chirurgie
Werkzaam in
ROC Ede & Erasmus MC
Sinds
2005
BIG-nummer
09049056401

Home  /  Verwijzers

Voor huisartsen en oogartsen

Voor verwijzers.

Verwijzen kan naar twee locaties: Erasmus MC Rotterdam (donderdag en vrijdag) en het Retina Operatiecentrum Ede (dinsdag en woensdag). Hieronder leest u waar de focus ligt en hoe verwijzing praktisch verloopt.

Specifieke aandachtsgebieden

Naast de gangbare retinachirurgie richt dr. Van Overdam zich met name op:

  • Complexe en recidiverende netvliesloslating, in het bijzonder gevallen met verhoogd PVR-risico
  • Netvlieschirurgie bij Von Hippel–Lindau (VHL), met aangepaste technieken om het risico op bloedingen en littekenvorming te beperken
  • Subretinale interventies, waaronder retinale chip-implantatie bij droge maculadegeneratie
  • Tweede mening bij eerder mislukte netvliesoperaties of bij twijfel over operatie-indicatie

Verwijsroute

Per locatie verschilt de verwijsroute. Kies de locatie die voor uw patiënt het meest geschikt is.

Erasmus MC Rotterdam — do & vr

  • Via uw gebruikelijke verwijsroute naar Erasmus MC Oogheelkunde
  • Polikliniek Oogheelkunde: (010) 704 01 35
  • Voor spoed buiten kantoortijd: algemene centrale Erasmus MC (010) 704 07 04
  • Siilo voor versleuteld overleg

Retina Operatiecentrum Ede — di & wo

  • Zorgdomein (voorkeur voor electieve verwijzingen)
  • E-mail naar het Retina Operatiecentrum
  • Siilo voor versleuteld overleg
  • Spoednummer (088) 111 19 94 voor situaties die niet kunnen wachten

Wat te vermelden

Voor een snelle beoordeling helpt het zeer wanneer onderstaande info bij de verwijzing zit:

  • Korte anamnese en huidige bevindingen
  • OCT en fundusbeelden (mits beschikbaar) — een afbeelding helpt vaak meer dan twee paragrafen tekst
  • Eerdere oogingrepen (vitrectomie, staar, andere)
  • Indicatie van urgentie en eventuele bijzondere omstandigheden van de patiënt

Verwijsindicaties per aandoening

Een beknopt overzicht per ziektebeeld: wanneer doorverwijzen, wat we doen en wat de te verwachten resultaten zijn. Cijfers zijn afkomstig uit de eigen Retina OC-database; de postoperatieve visus is gemeten op één maand.

Spoed

Endophthalmitis

Bij een acuut postoperatief infectie- of ontstekingsbeeld: directe verwijzing. Ieder uur tot start van de behandeling kan invloed hebben op het eindresultaat. Behandeling: intravitreale antibiotica zo snel mogelijk, afhankelijk van beloop gevolgd door vitrectomie. Resultaat afhankelijk van tijdsverloop en verwekker.

Penetrerend oogtrauma

Bij bulbuspenetratie is sluiten van de wond binnen 24 uur essentieel — het endophthalmitisrisico neemt sterk toe bij langere delay. Bij een niet te grote penetratiewond met achtersegmentschade voeren we wondsluiting en vitrectomie bij voorkeur in één zitting uit. Direct verwijzen, eventueel buiten kantoortijden via het spoednummer. Bij grote of perforerende wonden heeft primair sluiten met vitrectomie in tweede instantie meestal de voorkeur.

Netvliesloslating

De urgentie hangt af van macula-status en uitbreiding. Loslating tot binnen de vaatboog met aanliggende fovea: directe verwijzing met houdingsadvies tijdens transport — operatie zo snel mogelijk, eventueel ook in het weekend. Loslating buiten de vaatboog: spoedverwijzing, operatie zo snel mogelijk maar niet noodzakelijk in het weekend; patiënt instrueren te bellen bij uitbreiding scotoom. Loslating met afliggende macula: spoedverwijzing voor zo goed mogelijk visusherstel.

Resultaten: bij macula-on visus na een maand gemiddeld 0,5; bij 60% ≥ 0,5; bij 20% ≥ 0,8. Recidiefkans 3%, PVR-risico 1%, uiteindelijk succes vrijwel 100%.

Submaculaire bloeding

Bij AMD, macroaneurysma of na trauma: verwijs op korte termijn — subretinaal bloed is toxisch voor fotoreceptoren. Behandeling afhankelijk van duur, grootte, dikte en locatie van de bloeding: combinatie of monotherapie van anti-VEGF, gasinjectie, intraocculaire tPA en/of vitrectomie. Bij goed partneroog kiezen we voor de minst invasieve route. Visuswinst is vaak beperkt en, afhankelijk van oorzaak, niet altijd op lange termijn handhaafbaar.

Planbaar

Glasvochtbloeding

Zonder bekende oorzaak (vermoedelijk door achterste glasvochtloslating): risico op een netvliesloslating in vervolg is 50% — verwijs op korte termijn voor vitrectomie. Bij venatak- of vena centralis-occlusie: verwijs bij uitblijvende resorptie of recidiverende bloedingen. Bij diabetes mellitus: zie hieronder. Resultaat na vitrectomie: visus van vóór de bloeding, ablatio retinae <1% (idiopathisch) of <0,5% (vaatocclusie).

Dropped nucleus / lensresten na cataract

Optimaal moment voor vitrectomie: 3 tot 7 dagen na cataractextractie. Eerder is het oog vaak nog te onrustig en de cornea oedemateus; later neemt het risico op chronische complicaties toe. Verwijs zo nodig dezelfde dag voor beoordeling. Resultaat: visus na een maand gemiddeld 0,6; bij 90% ≥ 0,5; bij 50% ≥ 0,8. Ablatio retinae <0,2%.

Maculagat

Verwijs met spoed bij visus 0,4 of hoger — preoperatieve visus is bepalend voor het eindresultaat. Bij asymptomatische toevalsbevinding met visus 0,2 of hoger kan operatie zorgen voor een nuttig reserveoog. Een gat dat langer dan een jaar bestaat geeft minder visusherstel, maar wel afname van metamorfopsie. Bij ons sluit een niet te oud gat na vitrectomie vrijwel altijd; visus verdubbelt gemiddeld; ablatio retinae <0,3%. Wij zetten Jetrea (ocriplasmine) niet in — het slaagt niet altijd en uitstel van succesvol opereren leidt tot minder visusherstel.

Macula pucker, lamellair gat & VMT-syndroom

Operatie-indicaties: hinderlijke metamorfopsie of progressieve visusdaling. Bij twijfel: expectatief enkele maanden ter beoordeling van progressie. Het operatieresultaat hangt niet af van de bestaansduur, dus om puur medische redenen bestaat zelden een operatie-indicatie. Bij vitreo-maculaire tractie met klein adhesieoppervlak (<1500 μm) zonder preretinale membraan kan een gasinjectie de verkleving opheffen — succeskans circa 80%, hoger bij jongere phake patiënten. Resultaat van vitrectomie: bij preoperatieve visus ≤0,4 verdubbelt deze gemiddeld; afname van metamorfopsie; ablatio retinae <0,3%.

Diabetische retinopathie

Verwijsindicaties: dichte glasvochtbloeding zonder zicht op de fundus, actieve neovascularisatie die onvoldoende reageert op panretinale lasercoagulatie (na ≈2000 coagulaten), recidiverende bloedingen bij inactieve neovascularisatie, progressie van een tractie-ablatio en maculaoedeem met vitreo-maculaire tractie of premaculaire membranen. Vitrectomie eventueel met voorafgaande anti-VEGF-injectie. Resultaat: stabiele situatie voor lange termijn; visusherstel afhankelijk van bestaande retinaschade. Recidiefbloeding zelden, in de regel snel spontaan resorberend.

Glasvochttroebelingen / floaters

Een vitrectomie voor floaters volgt in de regel niet binnen een half jaar na ontstaan — gewenning kan optreden. De hinder is subjectief; de patiënt maakt de keuze na uitleg over voor- en nadelen. Resultaat: heldere glasvochtruimte, troebelingen recidiveren niet. Ablatio retinae <0,3%.

Operatieve cijfers uit de Retina OC-database; gemeten op één maand na de ingreep. Resultaat hangt mede af van de uitgangssituatie, zoals de uitgebreidheid van de netvliesloslating of de grootte van het maculagat.

Toegangstijden

Het Retina Operatiecentrum streeft naar korte toegangstijden voor zowel het spreekuur als oogoperaties. Spoedoperaties kunnen vaak nog dezelfde dag worden uitgevoerd. Voor electieve operaties geldt een toegangstijd van enkele weken.

Voor consultatie tussen collega's

Bent u oogarts en wilt u een complexe casus bespreken zonder formele verwijzing? Stuur dan een bericht via Siilo of e-mail. Ik denk graag mee over indicatiestelling, technische aanpak of timing van een eventuele operatie.

Verwijsformulier of contact

Voor het versleuteld toezenden van patiëntgegevens, gebruik Siilo of het beveiligde verwijsformulier op de ROC-website. Contactgegevens

Home  /  Nieuws  /  Achtergrond

Achtergrond

Achtergrond.

Patiëntvriendelijke achtergrondartikelen over de meest gestelde vragen rond netvliesaandoeningen en netvliesoperaties.

Home  /  Nieuws  /  Achtergrond  /  Floaters en lichtflitsen

Klachten & symptomen

Floaters en lichtflitsen — wanneer is het onschuldig en wanneer naar de oogarts?

Hero-beeld · floaters en flitsen Macroshot van een netvlies, abstracte close-up van glasvocht, of stilleven met een ooglamp. Ondersteunt het thema 'iets ziet wat anderen niet zien'.
De vlokkerige schaduwen die patiënten als 'mugjes' beschrijven, zijn de eerste tekenen dat het glasvocht loslaat van het netvlies. Foto · nog te plaatsen

Vrijwel iedereen ziet weleens iets vreemds in zijn ogen: een vlokje dat meedrijft als u uw blik verlegt, of een korte flits in de zijkant van uw gezichtsveld. Meestal is dat onschuldig. Maar soms zijn floaters en lichtflitsen het eerste signaal van een netvliesscheur of -loslating, en dan telt elk uur.

Wat zijn floaters precies?

Het oog is van binnen gevuld met glasvocht: een heldere gel-achtige substantie. Met het ouder worden trekt deze gel langzaam samen en raakt los van het netvlies — een proces dat we de achterste glasvochtloslating noemen. Daarbij ontstaan kleine condensaties of vezels die schaduw werpen op het netvlies. Die schaduwen ziet u als puntjes, lijntjes of "spinrag" die meedrijven met uw oogbewegingen. Dit zijn de meest voorkomende, onschuldige floaters.

Waar komen lichtflitsen vandaan?

Wanneer het glasvocht aan het netvlies trekt, geeft het netvlies een prikkel die uw hersenen interpreteren als licht. Vandaar het verschijnsel "lichtflitsen" — vaak aan één kant van het gezichtsveld, vaak duidelijker in een donkere omgeving. Bij een ongecompliceerde achterste glasvochtloslating houden deze flitsen meestal op zodra het glasvocht volledig los is.

Wanneer is het onschuldig?

Een paar nieuwe floaters zonder verdere klachten, die langzaam in aantal afnemen, passen meestal bij een gewone achterste glasvochtloslating. Hetzelfde geldt voor een enkele lichtflits aan de rand van het zicht die binnen enkele dagen verdwijnt. Het is verstandig om in de week na de eerste klachten éénmaal een controle te laten doen, zodat een oogarts kan bevestigen dat er geen scheurtje is ontstaan.

Wanneer dezelfde dag naar de oogarts? Bij plotseling véél nieuwe floaters, aanhoudende lichtflitsen, een schaduw of "gordijn" dat het zicht binnentrekt, of plotse afname van scherp zien.

Waarom een controle bij plotse nieuwe floaters?

Een achterste glasvochtloslating is op zich geen ziekte; bij ruwweg een op de zes mensen leidt deze echter tot een netvliesscheurtje. Een onbehandeld scheurtje kan zich ontwikkelen tot een netvliesloslating. De controle is daarom niet om u zorgen te maken, maar om er zeker van te zijn dat het netvlies intact is. Een eventueel scheurtje kan vaak met een korte laserbehandeling worden gehecht — een ingreep van enkele minuten, die de kans op een latere loslating sterk verkleint.

Praktisch

Heeft u plots nieuwe floaters of flitsen? Bel uw eigen oogarts of de oogheelkundige spoedpost van een ziekenhuis bij u in de buurt. Vermeld duidelijk dat het om plotse nieuwe klachten gaat — dan komt u meestal nog dezelfde week (en bij ernstigere klachten dezelfde dag) aan de beurt.

Wachten "tot het over gaat" is bij plotse oogklachten zelden de juiste keuze. Een controle die niets oplevert is een geruststelling; een controle die wel iets oplevert kan uw zicht redden.


Dr. Koen van Overdam is vitreoretinaal chirurg in het Retina Operatiecentrum Ede en het Erasmus MC, Rotterdam.

Terug naar Achtergrond

Home  /  Nieuws  /  Achtergrond  /  Houdingsadvies

Na de operatie

Houdingsadvies na een netvliesoperatie: waarom het écht belangrijk is

Hero-beeld · houdingsadvies Discreet beeld van postoperatief houden — kussenopstelling, gezicht-naar-beneden positie, of close-up van een buikligging-hulpmiddel.
De buikligging in de eerste dagen na een netvliesoperatie — niet aangenaam, maar bepalend voor het succes. Foto · nog te plaatsen

Als u een gas- of luchtbel in uw oog krijgt na een netvliesoperatie, hoort u van uw chirurg een houdingsadvies: één tot zeven dagen lang uw hoofd in een bepaalde positie houden, ook 's nachts. De meeste patiënten vinden dit het zwaarste deel van het herstel. Toch is juist deze week vaak doorslaggevend voor het succes van de operatie.

Hoe werkt een gasbel?

Aan het einde van een vitrectomie wordt het oog gevuld met een gasmengsel of met lucht. De bel drukt het netvlies van binnenuit tegen de oogwand aan, zodat het herstelweefsel rond een eerdere scheur of een maculagat zich rustig kan ontwikkelen. Een gasbel zweeft altijd naar boven — net zoals een luchtbel in een glas water. De plek waar de gasbel het netvlies aanraakt wordt dus volledig bepaald door hoe u uw hoofd houdt.

Waarom is de positie zo nauw luisterend?

Stel: er is een scheur in het bovenste deel van uw netvlies. Houdt u het hoofd rechtop, dan drukt de gasbel netjes tegen de scheur. Maar gaat u op uw rug liggen, dan drukt de bel tegen de achterzijde van het oog en niet tegen de scheur — die staat dan urenlang los, en het herstelweefsel krijgt geen kans om zich aan te vormen. Bij een maculagat of een loslating onderin is de logica andersom: dan moet u juist met het gezicht naar beneden, zodat de bel het centrum tegen het netvlies drukt.

Het advies is dus letterlijk geometrie: uw chirurg vertelt u welke kant van het netvlies steun nodig heeft, en uw hoofdpositie zorgt dat de bel daar terechtkomt.

Hoe houdt u dit vol?

Een week lang met het gezicht naar beneden, of op één zijde slapen, is uitputtend. Een paar praktische dingen helpen:

  • Maak van tevoren een "houdingsplek" klaar — een tafel met een zachte massagedoughnut of een opgerolde handdoek waar u uw voorhoofd op kunt leggen.
  • Plan korte taken — niet één lange sessie, maar veel intervallen van 30–45 minuten met daartussen een korte rusthouding (afhankelijk van advies).
  • Audioboeken, podcasts en hoorspelen vervangen het televisiekijken dat u tijdelijk niet kunt doen.
  • Vraag iemand om u op koers te houden, vooral 's nachts. Een kussen achter de rug helpt om niet onbewust om te draaien.
  • Eet en drink uit zakflesjes met een rietje als u laag moet liggen.

Hoe lang en hoe streng?

Het advies verschilt per operatie. Een week is gangbaar bij een primaire netvliesloslating met gasvulling; bij oliefixatie hoeft het meestal niet of slechts kort. Bij een maculagat is meestal 24 tot 72 uur gezicht-naar-beneden voldoende. Volg het schema dat u na de operatie meekrijgt — de details zijn afgestemd op uw specifieke situatie.

Wat als ik het niet vol kan houden?

Eerlijk zijn helpt iedereen verder. Als u merkt dat u de houding niet aankan — door pijn, claustrofobie, hartritmeklachten of andere redenen — meld dit dan zo snel mogelijk. Soms kunnen we het advies aanpassen, een hulpmiddel voorschrijven, of bij ernstige beperking een andere strategie kiezen. Dat is altijd beter dan stilletjes afwijken van het advies en hopen dat het wel goed komt.

"De week van het houdingsadvies is zwaar. Maar het is ook één van de weinige momenten in het hele traject waarbij u zelf actief bijdraagt aan het slagen van de operatie. Volhouden loont."

Dr. Koen van Overdam is vitreoretinaal chirurg in het Retina Operatiecentrum Ede en het Erasmus MC, Rotterdam.

Terug naar Achtergrond

Home  /  Nieuws  /  Achtergrond  /  Wat is PVR?

Achtergrond

Wat is PVR en waarom proberen we het te voorkomen?

Hero-beeld · PVR-uitleg OCT, fundus of intraoperatief beeld dat littekenvorming op het netvlies toont. Of een meer abstract beeld — een microscopisch detail.
Proliferatieve vitreoretinopathie — littekenvorming na een netvliesloslating — is het belangrijkste thema in mijn onderzoek. OCT · uit klinisch archief

Bij een geslaagde netvliesoperatie ligt het netvlies na de ingreep weer op zijn plek. Toch komt het bij ongeveer één op de tien patiënten opnieuw los — niet door een nieuwe scheur, maar door littekenvorming. Deze complicatie heet PVR, en is het belangrijkste obstakel in de hedendaagse netvlieschirurgie.

Wat gebeurt er bij PVR?

PVR staat voor proliferatieve vitreoretinopathie. Het is een proces waarbij cellen op en onder het netvlies een littekenachtig membraan vormen. Dit membraan trekt samen, en kan het netvlies opnieuw lostrekken van de oogwand — zoals een laagje plakband dat samentrekt en het papier eronder verkreukelt.

PVR is geen "tweede ziekte" maar een complicatie die voortkomt uit het oorspronkelijke probleem. Wanneer er een netvliesscheur is, komen cellen van het pigmentblad — een laagje achter het netvlies — bloot te staan aan het glasvocht, waar ze normaal nooit komen. Eenmaal in het glasvocht beginnen deze cellen te delen en zich te transformeren tot bindweefselachtige cellen die membranen vormen.

Waarom is PVR zo'n probleem?

Een tweede operatie aan een oog met PVR is technisch zwaarder. De membranen moeten zorgvuldig worden afgepeld zonder het netvlies te beschadigen, en vaak is een langduriger interne tampon nodig — zoals siliconenolie, die later in een aparte ingreep weer verwijderd moet worden. Het zichtherstel na een PVR-operatie is gemiddeld minder goed dan na een primaire ingreep, vooral als de gele vlek bij de tweede loslating betrokken raakt.

Wat kan ertegen gedaan worden?

Geen enkele techniek kan PVR volledig uitsluiten — sommige ogen hebben een biologische aanleg die het ontstaan waarschijnlijker maakt, en bij sommige loslatingen is al bij presentatie pigmentdispersie zichtbaar als waarschuwingsteken. Maar bij de operatietechniek zijn keuzes te maken die de kans aanzienlijk beïnvloeden.

Wat we doen anders dan een "standaard" vitrectomie

  • Het glasvocht zo volledig mogelijk verwijderen. Resten van het glasvocht — en in het bijzonder de cortexlaag die soms onzichtbaar achterblijft op het netvlies — zijn een bekende risicofactor voor littekenvorming. Met behulp van triamcinolon, een kleurmiddel dat het anders doorzichtige glasvocht zichtbaar maakt, kunnen deze restanten beter worden geïdentificeerd en verwijderd.
  • De rand van het glasvocht bereiken. Door tijdens de operatie de oogwand voorzichtig in te drukken (met een chandelierlichtje als verlichting van binnenuit), wordt de buitenste rand van het glasvocht zichtbaar en bereikbaar — een gebied dat anders deels buiten het zicht blijft.
  • Pigmentcellen ("vlokken") herkennen en verwijderen. Kleine pigmentdeeltjes in het glasvocht zijn een teken dat cellen reeds zijn losgekomen; gericht verwijderen vermindert het risico verder.

Wat zegt het onderzoek?

Onze klinische ervaring en onderzoeksbevindingen wijzen erop dat zorgvuldig uitvoeren van bovenstaande stappen het verschil maakt. Een prospectieve multi-chirurg studie liet zien dat bij ongeveer 35% van de primaire vitrectomieën er pigmentvlokken in het glasvocht aanwezig waren — en dit hing significant samen met PVR-recidief. Het systematisch herkennen en behandelen ervan is sindsdien een vast onderdeel van onze techniek.

Door deze aanpak kan de kans op een recidief loslating door PVR na een primaire netvliesloslating worden teruggebracht van meer dan 10% naar 5–10% — een vermindering die in de praktijk concreet betekent dat minder mensen een tweede operatie nodig hebben.

Wat betekent dit voor u als patiënt?

Voor u is dit allemaal vakinhoudelijk detail. Maar het kan voor uw uitkomst veel uitmaken. Als u of uw verwijzer twijfelt over de operatie of een verhoogd risico vermoedt, is het altijd zinvol om vooraf met de chirurg te bespreken op welke manier en met welke technieken zal worden geopereerd. Een operatie die iets langer duurt of iets meer minutieus wordt uitgevoerd, kan op de langere termijn het verschil maken tussen één operatie en twee.

De eerste operatie is het belangrijkste moment. Voorkómen is altijd beter dan herstellen.


Dr. Koen van Overdam is vitreoretinaal chirurg in het Retina Operatiecentrum Ede en het Erasmus MC, Rotterdam. Hij promoveerde in november 2024 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op innovaties in de vitreoretinale chirurgie.

Terug naar Achtergrond

Home  /  Netvlieschirurg  /  Onderzoek

Onderzoek & publicaties.

Mijn werk combineert klinische praktijk met onderzoekslijnen, peer-reviewed publicaties en het ontwikkelen van nieuwe operatie-instrumenten. Voor de volledige publicatielijst zie de externe profielen onderaan.

Onderzoekslijnen

Vitreale cortexresten en PVR

De centrale onderzoekslijn van het proefschrift (Erasmus Universiteit Rotterdam, 2024). Bij een vitrectomie is volledige verwijdering van het glasvocht essentieel om proliferatieve vitreoretinopathie (PVR) te voorkomen — de belangrijkste oorzaak van een tweede operatie na een netvliesloslating. Het onderzoek toonde aan dat in 30 tot 40% van de vitrectomieën voor netvliesloslating een microscopisch dunne glasvochtmembraanlaag (vitreale cortexresten, VCR) achterblijft op het netvliesoppervlak. Met behulp van de kleurstof triamcinolon kunnen die resten zichtbaar worden gemaakt en zorgvuldig verwijderd — dat verlaagt het PVR-risico significant: van >10% naar 5–10%.

Retinale hemangioblastomen bij Von Hippel–Lindau (VHL)

Bij VHL-patiënten ontstaan op het netvlies bloedvatwoekeringen die kunnen lekken en littekenweefsel vormen. Vroeger werd alleen geopereerd bij hele uitgebreide afwijkingen, omdat de operatie zelf risico's met zich meebracht. Door verbeterde technieken — onder meer het zorgvuldig verwijderen van glasvocht en cortexresten en het gebruik van intra-oculaire diathermie — wordt vroeg opereren een steeds reëlere optie.

Innovatie in operatie-instrumenten

Twee instrumenten zijn vanuit Netvlieschirurg BV ontwikkeld en gepatenteerd. Beide ontstonden uit een directe klinische behoefte: een gangbaar bipolair instrument dat onvoldoende controle gaf over bloedingen tijdens hemangioblastoma-chirurgie, en het gebrek aan een efficiënte techniek voor het verwijderen van vitreale cortexresten. Hieronder beschreven onder Patenten.

Geselecteerde publicaties

Een selectie uit ruim veertig peer-reviewed publicaties:

  • 2026 Bals K, … van Overdam KA. Whole-Genome Landscape of Retinal Hemangioblastomas.
  • 2024 van Overdam KA, van Etten PG, Accou GPBM, Wubbels RJ, van Meurs JC, Verhoekx JSN. Acta Ophthalmologica 102(1):99–106.
  • 2022 van der Sommen CM, van Romunde SHM, van Overdam K. Surgery for Combined Hamartoma of the Retina and Retinal Pigment Epithelium. Case Rep Ophthalmol 12(3):778–783.
  • 2021 The role of vitreous cortex remnants in PVR formation demonstrated by histopathology. Am J Ophthalmol Case Rep.
  • 2020 van Overdam K. Vitreoschisis-induced vitreous cortex remnants: missing link in proliferative vitreoretinopathy. Acta Ophthalmologica 98(2):e261–2. PMC
  • 2019 van Overdam KA, van Etten PG, van Meurs JC, Manning SS. Vitreous Wiping, a new technique for removal of vitreous cortex remnants during vitrectomy. Acta Ophthalmologica 97(5):e747–52.
  • 2018 van Overdam KA, Kilic E, Verdijk RM, Manning S. Intra-ocular diathermy forceps. Acta Ophthalmologica 96(4):420–2. PubMed
  • 2017 van Overdam KA, Missotten T, Kilic E, Spielberg LH. Early surgical treatment of retinal hemangioblastomas. Acta Ophthalmologica 95(1):97–102.

Patenten

Twee gepatenteerde operatie-instrumenten via Netvlieschirurg BV:

  • Intra-ocular Diathermy Forceps — sinds december 2015. Multifunctioneel 23-gauge bipolair instrument dat membraan-peeling combineert met coagulatie van retinale bloedvaten. Onmisbaar bij chirurgie voor hemangioblastomen en diabetische tractie-ablatio's, waar bloedingen anders het zicht ontnemen.
  • Vitreous Wiping en de Vitreous Wipe — sinds december 2017. Techniek en instrument voor het systematisch verwijderen van vitreale cortexresten van het netvliesoppervlak — centrale stap in PVR-preventie.

Academische en redactionele rollen

  • Editorial Board Member, Acta Ophthalmologica — sinds januari 2019
  • Reviewer voor diverse oogheelkundige tijdschriften
  • Researcher, Rotterdam Ophthalmic Institute
  • Voormalig bestuurslid, Nederlandse Werkgroep Vitreoretinale Chirurgie (2014–2020)

Volledig publicatieprofiel

Voor de complete lijst van publicaties met abstracts en download-statistieken:

Home  /  Nieuws

Netvliesnieuws.

Twee soorten artikelen op één plek: actueel — recente posts, publicaties en mediavermeldingen — en achtergrond: verdiepende uitleg over aandoeningen en operaties.

Home  /  Nieuws  /  Actueel

Actueel.

Posts, publicaties en mediavermeldingen rond mijn vakgebied. Voor verdiepende artikelen, zie Achtergrond.

  • Oktober 2025 LinkedIn

    Blindenvoetbal VIPS 2025

    Een mooi initiatief van Stichting Oogfonds Nederland samen met SBS6, dat blindenvoetbal in de spotlight zet én wetenschappelijk oogonderzoek ondersteunt. Vier teams van vijf spelers, elk met een Bekende Voetballer en een introducé. Ik nam met veel plezier deel in het team van Ron Vlaar.

    Bekijken op LinkedIn
  • Juni 2025 ARVO · congrespresentatie

    ARVO Special Interest Group: Vitreoschisis, Vitreous Cortex Remnants, and Hyalocytes

    Virtual session van de Association for Research in Vision and Ophthalmology (ARVO) over de rol van vitreale cortexresten in PVR-management. Co-presentatie met J. Sebag, Stefaniya Boneva en Peter Van Etten.

    Aankondiging op LinkedIn
  • April 2025 Vakblad

    Roche SightLine Magazine: Glasvochtrestanten en littekenvorming na netvlieschirurgie

    Interview over de inzichten uit het proefschrift en een terugblik op de promotie. Onderzoek toonde aan dat zorgvuldig verwijderen van glasvochtmembraanresten leidt tot een significante daling van het PVR-risico. Triamcinolon is daarbij onmisbaar om de resten zichtbaar te maken.

    Lezen op Roche4professionals
  • 22 november 2024 Promotie

    Promotie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

    Nieuwe inzichten in proliferatieve vitreoretinopathie: de rol van vitreale cortexresten. Het proefschrift onderzoekt hoe glasvochtrestanten bijdragen aan littekenvorming na netvliesoperaties — en welke operatietechnieken het PVR-risico kunnen verlagen.

    Aankondiging op LinkedIn
  • September 2023 Erkenning

    VSY Biotechnology Ophthalmology Star Award

    Toekenning van de Ophthalmology Star Award 2023 op het ESCRS-congres voor onderzoek op het gebied van vitreoretinale chirurgie.

    Bekijken op LinkedIn
  • Juli 2023 Vakblad

    MedNet interview — Oog voor verbeteringen bij vitreoretinale chirurgie

    Interview over de afgelopen jaren in Het Oogziekenhuis Rotterdam, met aandacht voor vernieuwende inzichten, verfijnde operatietechnieken en gepatenteerde instrumenten. Reductie van het PVR-risico van >10% naar 5–10% door zorgvuldige glasvochtverwijdering.

    Lezen op MedNet
  • Oktober 2021 Klinische les

    Plotse toename van mouches volantes is een alarmsymptoom — ook zónder lichtflitsen

    Klinische les in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde met Jennifer Verhoekx, Olta Gishti, Redmer van Leeuwen en Niels Crama. Patiënten die zich melden met acute toename van vlokjes hebben 14–23% kans op een netvliesscheur — ook zonder lichtflitsen.

    Bekijken op LinkedIn

In het nieuws

Vier landelijke premières uit Het Oogziekenhuis Rotterdam waar ik medeverantwoordelijk voor was — ook terug te vinden op de chirurg-pagina.

  • Het Oogziekenhuis Rotterdam Pers · eerste in Nederland

    Eerste subretinale chip-implantatie in Nederland

    Implantatie van een 2 × 2 mm chip onder de macula bij een patiënt met droge maculadegeneratie — een Nederlandse première in netvliesoperaties.

    Lezen op oogziekenhuis.nl
  • Het Oogziekenhuis Rotterdam Pers · eerste in Nederland

    Eerste gentherapie bij een netvliesaandoening in Nederland

    Voretigene neparvovec (Luxturna) bij een 26-jarige patiënt met Leber congenitale amaurosis (RPE65-mutatie). Het toevoegen van een gezond gen kan netvliesfunctie helpen herstellen.

    Lezen op oogziekenhuis.nl
  • Het Oogziekenhuis Rotterdam Pers · eerste in Nederland

    Eerste klinische inzet van een digitale 3D-operatiemicroscoop

    ZEISS ARTEVO 800 met intraoperatieve OCT — tijdens het opereren scans van het netvlies maken en de structuren direct via een 3D-scherm beoordelen.

    Lezen op oogziekenhuis.nl
  • Het Oogziekenhuis Rotterdam Pers · nieuwe techniek

    Verbeterde netvliesbehandeling bij Von Hippel-Lindau (VHL)

    Bij VHL-patiënten ontstaan op het netvlies bloedvatwoekeringen die kunnen lekken. Nieuwe operatietechnieken maken vroege chirurgische interventie veiliger en effectiever.

    Lezen op oogziekenhuis.nl

Home  /  Klachtenregeling

Klachten­regeling.

Bent u niet tevreden over uw zorg of behandeling, dan horen we dat graag. Hieronder leest u stapsgewijs hoe u een klacht kunt indienen.

Een klacht hoeft niet altijd te leiden tot een formele procedure. Vaak helpt een gesprek al om iets recht te zetten of misverstanden weg te nemen. We nodigen u uit om uw zorg of klacht eerst direct met ons te bespreken — daarna staan u meerdere wegen open als u er niet samen uitkomt.

Stap 1 — Bespreek het direct met de behandelaar

Wanneer er iets is gebeurd dat voor u onduidelijk, onaangenaam of onjuist aanvoelt, vraag dan om een gesprek. U kunt dit doen tijdens uw vervolgafspraak, telefonisch of via een e-mailbericht. Wij nemen elke klacht serieus en proberen er samen met u uit te komen.

Stap 2 — Schriftelijke klacht indienen

Komen we er in een gesprek niet uit, dan kunt u uw klacht schriftelijk indienen. Beschrijf zo concreet mogelijk wat er is gebeurd, wanneer dat was en wat uw klacht is. Stuur uw bericht aan het Retina Operatiecentrum, of via het beveiligde contactformulier op deze site.

Stap 3 — Onafhankelijke klachtenfunctionaris

Op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) heeft elke zorgaanbieder een onafhankelijke klachtenfunctionaris. Deze persoon kan u helpen bij het formuleren van uw klacht en bemiddelen tussen u en de zorgaanbieder. De klachtenfunctionaris is gratis en onafhankelijk.

Stap 4 — Geschillencommissie

Komt u er met behulp van de klachtenfunctionaris ook niet uit, dan kunt u uw klacht voorleggen aan de Geschillencommissie Zorg. Deze commissie doet een uitspraak die voor beide partijen bindend is.

Termijnen

Op een schriftelijke klacht ontvangt u binnen zes weken een gemotiveerde reactie. Deze termijn kan in uitzonderlijke situaties met vier weken worden verlengd, mits u daarover tijdig wordt geïnformeerd.

Vertrouwelijkheid

Een klacht heeft geen invloed op uw verdere behandeling of de relatie met uw zorgverleners. Klachtbehandeling gebeurt vertrouwelijk; informatie wordt alleen gedeeld met personen die direct betrokken zijn bij de afhandeling.

Concept — nog te valideren. Deze tekst is opgesteld als basis en is gemodelleerd naar standaarden binnen de Nederlandse zorgsector. Voor publicatie moet de tekst worden gecontroleerd door een specialist op het gebied van zorgrecht en privacy, en afgestemd op de exacte juridische status van de praktijk en de relatie met het Retina Operatiecentrum.

Home  /  Privacyverklaring

Privacy­verklaring.

Hoe deze website met uw gegevens omgaat — in begrijpelijke taal en in lijn met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).

Deze website is een informatieve site over netvlieszorg. We verzamelen alleen gegevens die nodig zijn om uw vraag of contactverzoek te kunnen beantwoorden. Gegevens die u via deze site achterlaat — bijvoorbeeld via het contactformulier — worden behandeld volgens de Algemene verordening gegevensbescherming en de Nederlandse Uitvoeringswet (UAVG).

Voor zorginhoudelijke verwerkingen rondom uw behandeling (medisch dossier, afspraken, doorverwijzingen) verwijzen we u naar de privacyverklaring van het Retina Operatiecentrum, dat als zorgaanbieder de verantwoordelijkheid draagt voor uw medische gegevens.

Welke gegevens worden verzameld via deze site

Wanneer u het contactformulier gebruikt, verwerken we de gegevens die u zelf invult: uw naam, e-mailadres, telefoonnummer (indien u dat invult) en de inhoud van uw bericht. We gebruiken deze gegevens uitsluitend om uw bericht te kunnen beantwoorden.

De website verzamelt geen tracking-cookies, geen analytics-data en geen gegevens voor advertentiedoeleinden. Eventuele technische logbestanden van de host (zoals IP-adressen voor beveiligingsdoeleinden) worden door de hosting-provider beheerd en niet voor andere doeleinden gebruikt.

Bewaartermijnen

Berichten die via het contactformulier binnenkomen worden bewaard zolang dat nodig is voor afhandeling van uw vraag, en daarna nog maximaal twaalf maanden voor referentie. Daarna worden ze verwijderd. Wanneer een bericht aanleiding geeft tot een afspraak of behandeling, worden de relevante gegevens opgenomen in het medische dossier dat onder beheer staat van het Retina Operatiecentrum.

Met wie worden gegevens gedeeld

Gegevens worden niet gedeeld met derden, behalve wanneer dat noodzakelijk is voor uw zorgvraag — bijvoorbeeld doorgifte aan uw verwijzend oogarts. In dat geval gebeurt de doorgifte via versleutelde kanalen (Siilo, Edifact of beveiligd elektronisch berichtenverkeer).

Uw rechten

U heeft het recht om in te zien welke gegevens we van u hebben, om die te laten corrigeren of verwijderen, en om bezwaar te maken tegen de verwerking. Voor verzoeken op basis van uw medisch dossier loopt dit via het Retina Operatiecentrum; voor gegevens die alleen via deze website zijn binnengekomen kunt u rechtstreeks contact opnemen.

Klachten over privacy

Als u meent dat met uw gegevens niet zorgvuldig is omgegaan, vragen we u dat in eerste instantie met ons te bespreken. U heeft daarnaast altijd het recht om een klacht in te dienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (autoriteitpersoonsgegevens.nl).

Concept — nog te valideren. Deze tekst is opgesteld als basis en is gemodelleerd naar standaarden binnen de Nederlandse zorgsector. Voor publicatie moet de tekst worden gecontroleerd door een specialist op het gebied van zorgrecht en privacy, en afgestemd op de exacte juridische status van de praktijk en de relatie met het Retina Operatiecentrum.

Home  /  Disclaimer

Disclaimer.

Wat de informatie op deze site wel en niet is — en wat in elk geval geldt: geen website vervangt het oordeel van uw eigen oogarts.

Doel van deze site

Deze website is bedoeld om patiënten, hun naasten en verwijzende oogartsen op een toegankelijke manier te informeren over netvliesaandoeningen, glasvocht- en netvlieschirurgie, en de werkwijze binnen onze praktijk. De inhoud is met zorg samengesteld en regelmatig bijgewerkt.

Geen vervanging van medisch consult

De informatie op deze site is algemeen van aard. Zij is niet bedoeld — en niet geschikt — ter vervanging van een persoonlijk consult, diagnose of behandeladvies van een gekwalificeerde oogarts. Iedere oogklacht en iedere behandelafweging is individueel: bij twijfel of klachten neemt u altijd contact op met uw eigen oogarts of huisarts.

Spoedsituaties

Bij plotse afname van het zicht, een schaduw of "gordijn" in het beeld, lichtflitsen of een plotse toename van vlokjes (floaters): wacht niet. Neem dezelfde dag contact op met uw oogarts, de spoedeisende hulp of via het spoednummer (088) 111 19 90. Voor uitgebreidere uitleg over wanneer iets spoed is, zie de pagina over netvliesloslating.

Volledigheid en actualiteit

De inhoud is gebaseerd op de stand van de oogheelkundige praktijk op het moment van schrijven. Inzichten en richtlijnen veranderen; we stellen alles in het werk om de informatie actueel te houden, maar kunnen geen garantie geven op volledigheid of toepasselijkheid op individuele situaties. Aan de cijfers en percentages op deze site — voor zover gebaseerd op de eigen Retina OC-database — kan geen individuele uitkomstgarantie worden ontleend.

Externe links

Deze site bevat verwijzingen naar externe websites — bijvoorbeeld die van het Retina Operatiecentrum, beroepsorganisaties of wetenschappelijke publicaties. Voor de inhoud, beschikbaarheid en het privacybeleid van die externe sites zijn de betreffende beheerders zelf verantwoordelijk.

Auteursrecht

De teksten, afbeeldingen en het ontwerp van deze site zijn auteursrechtelijk beschermd. Voor overname of hergebruik — bijvoorbeeld in onderwijs- of voorlichtingsmateriaal — is voorafgaande schriftelijke toestemming nodig. Korte citaten met bronvermelding zijn doorgaans toegestaan.

Concept — nog te valideren. Deze tekst is opgesteld als basis en is gemodelleerd naar standaarden binnen de Nederlandse zorgsector. Voor publicatie moet de tekst worden gecontroleerd door een specialist op het gebied van zorgrecht en privacy, en afgestemd op de exacte juridische status van de praktijk en de relatie met het Retina Operatiecentrum.

Home  /  Contact

Contact & afspraak

Contact.

Voor het maken van een afspraak, een second opinion of een algemene vraag.

Spreekuur en operaties op twee locaties. Hieronder de contactgegevens van beide; gebruik de plek die voor u het meest geschikt is.

Locatie · donderdag & vrijdag

Erasmus MC

Academische afdeling Oogheelkunde.

Adres Dr. Molewaterplein 40
3015 GD Rotterdam
Polikliniek (010) 704 01 35
Verwijzers Via uw gebruikelijke verwijsroute naar Erasmus MC Oogheelkunde

Locatie · dinsdag & woensdag

Retina OC

Dagbehandelingscentrum voor glasvocht- en netvlieschirurgie.

Adres Pascalstraat 21
6716 AZ Ede
Telefoon (088) 111 19 90
Verwijzers Via Zorgdomein, Siilo of het verwijsformulier op retina-oc.nl

Aanmeldformulier

Voor algemene vragen of een second opinion

Geen acuut probleem? Vul onderstaand formulier in en wij nemen binnen twee werkdagen contact met u op.

Bij acute klachten

Wacht niet.

Plotse afname van het zicht, een schaduw of "gordijn" in het beeld, of plotseling véél nieuwe floaters? Bel uw eigen oogarts dezelfde dag, of ga naar de oogheelkundige spoedpost van het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Bij een netvliesloslating telt elk uur.